Workshops Regie Gemeenten
De workshop Regie Uitstroom kende tijdens de conferenties op 9, 10 en 11 februari maar liefst 6 variaties, omdat door de grote belangstelling voor dit thema tijdens iedere conferentie twee parallel-workshops werden gehouden. Een aantal impressies door de drie conferentiedagen heen. Van Zwolle, via Doetinchem, naar Delft en Amsterdam, door naar Roosendaal om in Rotterdam te eindigen.
Zwolle - 9 februari
"Hoe minder overdrachtsmomenten, hoe minder kans op afbreuk. In onze trajectbegeleiding staat een Sluitende Aanpak voorop," aldus mevrouw H. Spaan, Hoofd Bureau Nieuwkomers Zwolle. Spaan en haar collega de heer V.Van Damme, Coördinator Bureau Nieuwkomers van de gemeente Doetinchem, leidden de workshop in met een toelichting op de wijze van regievoering tijdens het inburgeringsproces en de doorstroom in hun gemeenten.
Zwolle: Parallelprogramma en nazorg
Bureau Nieuwkomers Zwolle heeft vele samenwerkingsrelaties binnen en buiten de gemeente. En er is Regionaal Overleg van de Regiegroep. De trajectbegeleiders moeten netwerkers zijn en de doorstroom garanderen. Spaan benadrukte het belang van het vroegtijdig opstellen van het trajectplan met een duidelijk einddoel. En het trajectplan moet zijn toegespitst op maatwerk. "Je moet niet teveel cursussen stapelen, want ieder overdrachtsmoment geeft afbreukrisico. Effectiever is een parallelprogramma met instrumenten als: functietraining, taalstage en vaktaal." Om de doorstroom te waarborgen is in Zwolle een half jaar nazorg ingesteld.
Doetinchem: Individuele Traject Begeleiding
In Doetinchem vindt de regie voor de WIN en de uitstroom plaats bij de gemeente op de Afdeling SZ&W. Er is een Trajectbureau opgericht waarin de WIN, de WIW en Individuele Traject Begeleiding (ITB) zijn samengebracht. Om te voorkomen dat de verschillende organisaties elkaar beconcurreren is er een uitstroomoverleg. Daarnaast is er regionaal uitstroomoverleg. Ook hier is de trajectbegeleider de spin in het web. "Voor de toeleiding naar werk is de Kwalificerende Intake bij het Arbeidsbureau een belangrijk instrument. In overleg met de docent B.O. wordt per persoon het geschikte moment voor de KWINT bepaald", vertelt Van Damme . De gemeente Doetinchem biedt als vervolgtrajecten: voortzetting NT2, sociale activering, studie en werkgelegenheidsprojecten (ESF). Een nieuw instrument voor de toeleiding naar werk en scholing is het ITB-project, een samenwerkingsverband van twee trajectbegeleiders, twee uitvoerders van de WIW (Arbeidsbureau) en jobhunters. De belangrijkste aandachtspunten voor de regie bij de gemeente Doetinchem zijn momenteel: "doorlopende afstemming; maatwerk; het benutten van arbeidsmarktmaatregelen; en het bundelen van krachten," zo besloot Van Damme.
Inburgering voor werk?
Tijdens de discussie bleek dat er in de praktijk een spanning bestaat tussen de uitvoering van de WIN en het strategisch beleid. Een probleem dat in veel gemeenten speelt is dat nieuwkomers vaak al voor het voltooien van het inburgeringsprogramma aan het werk willen. Dit probleem wordt versterkt doordat uitzendbureaus nieuwkomers werven die aan het inburgeringsprogramma moeten deelnemen. Mede uit financiële noodzaak, zoals schulden of het willen onderhouden van familie in het land van herkomst, zijn nieuwkomers geneigd te kiezen voor de korte termijn oplossing van werk. Als het om uitstroom naar tijdelijk werk gaat komt men vaak weer terug in de Bijstand. Bovendien is tijdelijk werk tijdens inburgering niet toegestaan: er staan sancties op.
Strategisch beleid
In de praktijk is het echter moeilijk de grenzen te bepalen, want een verbod verhoogt de kans op uitval. "Om uitval te voorkomen moet vanuit uitvoering worden teruggekoppeld naar beleid, ofwel de gemeente, zodat je tot strategisch beleid kunt komen," pleitte Spaan. "Bureau Nieuwkomers Zwolle neemt contact op met de werkgever met een verzoek tot aanpassing van het werkschema zodat men toch nog naar school kan. We gebruiken als argument dat je meer aan de mensen hebt als ze Nederlands leren. De meeste werkgevers zijn loyaal. Zo niet dan gaat men naar de avondopleiding." In Doetinchem voert de trajectbegeleider een gesprek met de nieuwkomer en diens partner over de wens om te gaan werken. Daarbij wordt duidelijk gemaakt dat voltooiing van het inburgeringsprogramma kans geeft op beter betaald werk. Als de nieuwkomer kiest voor werk dan probeert men het lesprogramma zoveel mogelijk aan te passen.
De vraag is echter of een combinatie van werk en scholing niet te belastend is voor een nieuwkomer. Bovendien wordt het voor de ROCs steeds moeilijker om aan alle individuele wensen tegemoet te komen. Van Damme wees op oplossingen als een Open Leer Centrum en het gebruik van software. Een visie die veel bijval kreeg uit de zaal was dat intensief onderwijs overdag tot de beste resultaten leidt. Voorzitter Serier van de Regiegroep Educatie & Inburgering De Friese Wouden, die als voorzitter van de workshop optrad concludeerde dat: "Maatwerk als uitgangpunt redelijk is. Maar we moeten ook een concreet programma maken dat binnen de inburgeringstijd moet worden afgerond. Het traject moet niet te lang zijn want ook dat kan tot uitval leiden." Of inburgering voor werk gaat zal per individu moeten worden bekeken. Het blijkt dat de opstelling van trajectbegeleiders veelal flexibel is teneinde uitval van de nieuwkomer uit het inburgeringsprogramma te voorkomen.
Anneke de Maat
Amsterdam - 10 februari
"Het gaat goed in Delft", was de conclusie van mevrouw C. Roozemond ( BINT). Zij gaf een uitgebreide beschrijving van de uitvoering in haar gemeente. De trajectbegeleider is de spil hierin en bepaalt welke stappen genomen worden, naar aanleiding van de wensen en mogelijkheden van de nieuwkomer. Ook VluchtelingenWerk speelt een belangrijke rol, vooral bij het voorkomen van uitval. Roozemond wilde niet spreken van een " warme overdracht", omdat er geen afspraken worden gemaakt, maar wel adviezen met wie de nieuwkomer verder moet gaan praten.
Riskant
Opvallend is dat in Delft de regie volledig bij het bureau Nieuwkomers ligt. F. Azerhoosh van INKA, Amsterdam, gaf aan dit nogal riskant te vinden. In Amsterdam is juist voor duidelijke scheiding tussen regie en uitvoering gekozen. Door deze scheiding liggen politieke problemen bij de regisseur in plaats van bij de uitvoerders. Bovendien kan de regie creatief zijn en is er een controle op de uitvoering.
Uit de zaal kwam hierbij de opmerking dat dit eigenlijk alleen mogelijk is bij grote gemeenten, omdat in kleinere gemeenten er maar een of twee mensen aan het werk zijn met de inburgering. Hoe dan een verdeling te maken tussen regie en uitvoering? Azerhoosh benadrukte dat niet teveel in personen gedacht moet worden, en dat, zeker in kleine gemeenten, het College de regie moet hebben. Ook Azerhoosh gaf een beschrijving van de verdere uitvoering. Opvallend hierbij was dat de doorgeleiding in Amsterdam niet via het Arbeidsbureau loopt, maar via een commerciële instelling. Hierbij is het belangrijk dat, net als bij de onderhandelingen met het ROC, dat de gemeente zelf de vraag weet te formuleren. "Pas als een gemeente zelf zijn behoeften en daarmee de vraag kan formuleren, dan pas kan een gemeente de regie volledig voeren", zo sloot Azerhoosh de workshop af.
Jera van Gelder
Gilze - 11 februari 1999
In Westelijk Noord-Brabant wordt inburgering geregeld door het streekgewest een samenwerkingsverband in de streek rond Roosendaal tussen 6/7 verschillende gemeenten.
M. Lohmeyer van het Bureau Nieuwkomers Roosendaal en omstreken is verantwoordelijk voor de regie van inburgering binnen het streekgewest.
De regie
Doelen en taken van de regiefunctie zijn:
- Afstemming regionaal educatie beleid
- Planning en financiering
- Regelen van de uitvoering
De uitvoering is geregeld door:
- De oprichting van een uitvoeringsorganisatie RON in een aparte stichting
- Deze stichting wordt vanuit gemeentelijk beleid aangestuurd
- Het streekgewest sluit overeenkomsten met het ROC
Hoe is het met die uitvoering gegaan:
- De regisseur vraagt aan gemeentes toestemming samen met de coördinator RON uitvoering te mogen geven aan de nieuwe aspecten van de WIN volgens bepaalde criteria
- De regisseur doet voorstel
- Het voorstel wordt praktisch door het RON uitgewerkt en ingevoerd
- Het uitgewerkte programma wordt ter kennisgeving toegezonden aan de gemeenten. Zij kunnen reageren als zij wijzigingen of aanvullingen willen.
Stand van zaken
M. van der Meys, projectleider bij het RON, geeft een overzicht van de praktische stand van zaken in de uitvoering.
Wat was de stand van zaken voor de invoering van de WIN?
- De verantwoordelijkheid ligt bij de trajectbegeleider
- De tijd voor het educatieve deel wordt niet gehaald
- Het gehele traject duurde langer dan twee jaar
- De 'warme overdracht' was een afspraak met arbeidsvoorziening om de nieuwkomers na anderhalf jaar over te dragen.
Wat is nu de stand van zaken na invoering van de WIN?
- De 'warme overdracht' is behouden.
- Voor het inburgeringstraject aanvangt, vindt er een gesprek met de trajectbegeleider plaats, het ROC een educatief onderzoek en er vindt een administratieve intake plaats bij het arbeidsbureau. Dan komt er een beschikking, trajectplan en wordt er een start gemaakt met het inburgeringsprogramma.
- Rond de 9e maand vlak voor einde programma vindt er een kwalificerend gesprek plaats bij het arbeidsbureau.
- Het RBA kan advies geven voor vervolgonderwijs
- De trajectbegeleider blijft aanspreekpunt voor 1,5 jaar
Voordelen van de veranderingen zijn:
- De kwalificerende intake wordt gehouden ongeacht het niveau
- De verantwoordelijkheid van trajectbegeleider is iets minder zwaar geworden.
- Het traject verloopt meer gestructureerd, waardoor het duidelijker wordt voor alle partijen.
Er zijn dus wel meerdere loketten, maar door de vele samenwerkende gemeenten is het moeilijk om één loket te vormen.
Workshopvoorzitter Ria Brolink van de Immigratie Service Breda vertelt dat in Breda alle partijen samen komen om alle oud- en nieuwkomers te bespreken. Men zorgt er voor dat in ieder geval elke nieuwkomer elk half jaar besproken wordt bij dit overleg
Verschillende soorten
Arjen Hazelebach van Migratie Integratie Participatie uit Rotterdam (het vroegere PIN heet nu MIP) gaf aan dat de samenwerking met Arbeidsvoorziening al vanaf de eerste intake gerealiseerd wordt: "In Rotterdam is het intakeformulier samen met het arbeidsbureau ontwikkeld, zodat door de "doordruk" informatie duidelijk en bruikbaar is voor meerdere partijen."
De feiten en cijfers van Rotterdam zijn indrukwekkend qua hoeveelheden: ongeveer 2000-2500 zuivere nieuwkomers, waarvan 1200 contractanten, 1000 volgen onderwijs en 800 hebben ook ROC-verklaringen.
Regie is een punt van ontwikkeling. Nu lopen regie en uitvoering
vaak door elkaar heen. Er zijn drie soorten regievorming bij de regie op doorgeleiding in hetkader van de WIN.:
- regie op beleid (denkers), het nadenken van alle partijen hoe het moet.
- regie op inkoop (gelden), inkoop bij RBA, ROC, planning en control
- regie op trajecten (doeners)
In Rotterdam is een werkgroep Overdracht opgericht. Het is een kruispunt van vier windstreken: RBA, ROC, speciale arrangementen en in(huis)burgering. De ontwikkeling is op dat punt nog niet geheel afgerond, maar er worden vorderingen gemaakt.
Waarschuwingen
Hazelenbach gaf een aantal waarschuwingen uit de huidige praktijk:
- De overdracht na 6 maanden wordt gedomineerd door het afmaken van het restant educatieve uren.
- Er zijn meer en andere partners, maar minder inburgeraars. Hierdoor is het gevolg dat er een hogere druk op de organisatie ontstaat.
- De kans is groot bij de overgang dat er vermindering in faciliteiten voor de klant ontstaat.
- De afstemming uit- en instroom is gecompliceerd
- De interne wachttijden binnen de verschillende stappen zijn nog niet overal duidelijk (wachten op de goede groep, wachten op de goede afspraak)
- En de grenzen van de regiefunctie: waar begint de uitvoering en staat de regie (in ieder geval even) buiten spel?
En hij besloot zijn bijdrage met een mooi aforisme:
"De wet is een denkraam, geen zwaard van Damocles."
Tamar van Gelder
"Zonder Nederlands diploma komen nieuwkomers moeilijk aan de bak. Werkgevers hechten veel waarde aan een herkenbaar certificaat. In het buitenland verworven kwalificaties worden nauwelijks gewaardeerd", aldus Henk Jan Bierling van de stichting Vluchteling-studenten UAF tijdens de workshop over vervolgonderwijs. Om de kansen van nieuwkomers op een baan te vergroten worden landelijk een groot aantal opleidingen aangeboden. Enkele voorbeelden.
Nieuwkomers die willen studeren aan universiteit of hogeschool kunnen in vrijwel elke regio een voorbereidend jaar volgen. In het noorden van het land verzorgt het Noorderpoort College een dergelijk traject, samen met de Rijksuniversiteit Groningen en de Hanze Hogeschool. Ter voorbereiding op het hoger onderwijs krijgen de deelnemers lessen Nederlands (vaktaal), engels, maatschappij oriëntatie en computerkunde. Daarnaast volgen zij vakken die relevant zijn voor de studie die ze willen gaan volgen, zoals natuurkunde of economie.
Om voor het voorbereidend traject in aanmerking te komen is een opleiding vereist die gelijk is aan een HAVO diploma. Verder moeten deelnemers de Nederlandse taal beheersen (op niveau 3) en een studiekeuze hebben gemaakt. Voldoen zij aan deze criteria dan volgt een strenge selectieprocedure, bestaande uit een taaltest en een screening van het voor de opleiding vereiste niveau. "Iemand die bouwkunde wil studeren moet bijvoorbeeld goed zijn in wis- en natuurkunde en de nodige vaktermen kennen. Dat toetsen we tijdens de selectie", verklaart Joke Brennickmeijer van het Noorderpoort College. Bij een positief resultaat start de cursist met de nul-module. In een periode van zes weken wordt nader bekeken of de cursist geschikt is voor het voorbereidend jaar. De toets aan het eind van deze module is bepalend voor de toelating tot het schakeltraject. "Het voorbereidend jaar is vergelijkbaar met een examenjaar", zegt Brennickmeijer. "De cursisten krijgen schoolonderzoeken en maken een eindexamen. Het eindcijfer bepaalt of de leerling een certificaat behaalt." De deelnemers met voldoende score worden in de regel, zoals afgesproken met de faculteiten, toegelaten tot de studie.
Het voorbereidend jaar kost 1500 gulden plus boekengeld. De nul-module is honderd gulden. Meestal financiert het UAF en/of de sociale dienst het traject. Soms moeten deelnemers de kosten uit eigen zak betalen. In Groningen kunnen deze cursisten rekenen op steun van de onderwijsinstellingen. Elders in het land blijkt echter dat kandidaten om financiële redenen moeten afhaken. Annie Tji van de Informatie Beheer Groep raadt aan om hen te verwijzen naar de steunpunten voor studiefinanciering. "Zij bieden ondersteuning bij het aanvragen van studiefinanciering en kennen als het nodig is alternatieve routes om de financiering rond te krijgen."
Werkhouding
Naast deze trajecten voor hoog opgeleide nieuwkomers zijn er ook trajecten om de kansen van laag geschoolde nieuwkomers op werk te vergroten. In de Achterhoek zijn in de afgelopen acht jaar langdurig werklozen en migranten met weinig opleiding via een aangepast traject begeleid naar een betaalde baan of een beroepsopleiding. Het traject bestaat uit een combinatie van taalonderwijs, algemeen vormend onderwijs, praktische training en scholing in werkhouding. "Dit laatste is minder relevant voor nieuwkomers dan voor langdurig werklozen, die vaak moeten wennen aan het werkritme, op tijd komen enz. Nieuwkomers moeten vaak wel iets leren over de verhoudingen op de Nederlandse werkvloer. Daarnaast besteden wij veel aandacht aan het leren van vaardigheden die nodig zijn voor een bepaald beroep. Een toekomstige kassier leert bijvoorbeeld omgaan met de kassa", vertelt Annemarie van Zadel van Arbeidsbureau Winterswijk. De oefening vindt deels plaats bij de onderwijsinstelling en deels via een stage in de praktijk. "De deelnemers blijven meestal op hun stageplek hangen. Beide partijen - werkgever en leerling - hebben aan elkaar kunnen wennen en weten wat ze aan elkaar hebben. Dit leidt in veel gevallen tot een vaste baan." In 1998 hebben vijftien nieuwkomers op deze wijze werk gevonden of zijn met een vervolgopleiding gestart.
Workshops Arbeidstoeleiding 
|