Workshops Arbeidstoeleiding
De diversiteit van activiteiten op het gebied van arbeidstoeleiding bleek groot te zijn: er zijn veel verschillende projecten en aanpakken. De variatie ging van Emmen, via Zwolle en Hoofddorp naar Middelburg en Rotterdam met nog een tweetal landelijke projecten/organisaties.
Zwolle - 9 februari
In deze workshop presenteerden drie organisaties hun methodiek en praktijkervaringen met betrekking tot arbeidstoeleiding voor nieuwkomers. De rij werd geopend door de heer H. Heegen, Trajectbegeleider Afdeling Werkgelegenheid gemeente Emmen. Daarna volgden: de heer R. de Vent, Senior Consulent Arbeidsbureau Zwolle en mevrouw E. van Noorduyn, Senior Consultant SIBIO.
Emmen: Succesvol Werkgelegenheidsproject Allochtonen
"Bij de gemeente Emmen is in 1992 het Werkgelegenheidsproject Allochtonen gestart. Het betreft een samenwerkingsverband tussen de gemeente Emmen, het Arbeidsbureau Emmen en een drietal scholen: Drenthe College, CBB en RBO," vertelde trajectbegeleider Heegen. "Het project beoogt werkloze allochtonen met een uitkering een vaste baan te bezorgen via werkervaringsplaatsen. Een geselecteerd aantal allochtonen wordt een speciaal scholings- en trainingsprogramma aangeboden. Het gaat om uitstroom naar LBO en Laaggekwalificeerde Arbeid." Vervolgens gaf Heegen een uiteenzetting over de opzet van het project. Het voortraject wordt verzorgd door het CBB en bestaat uit een oriëntatie en 17 uur taal, inclusief vaktaal. Er wordt ook samengewerkt met Netwerk welk bureau onder meer Assesment On the Spot (AOTS) verzorgt. Bij AOTS wordt op systematische wijze en onder intensieve begeleiding werkervaring opgedaan, waarna doorstroom kan plaatsvinden naar werk/stage.
De voorwaarden voor deelname aan het Werkgelegenheidsproject Allochtonen zijn: drie maanden beschikbaar, stagecontract, AOTS, evaluaties, extra NT2 en geen loonkosten. De aanmelding kan gedaan worden door Sociale Zaken of door trajectbegeleiders. De trajectbegeleider is verantwoordelijk voor: de intake; het trajectplan; de begeleidende spreekuren; de rapportage aan Sociale Zaken en het Arbeidsbureau; en de financiering. Het project mag behoorlijk succesvol genoemd worden. Uit de jaarcijfers over 1998 blijkt dat 29% van de deelnemers doorstroomt naar werk, 29% naar een vervolgopleiding en dat nog eens 12% bemiddelbaar is. Tot slot benadrukte Heegen nog eens dat het streven is om jonge mensen de in het land van herkomst begonnen opleiding te laten afmaken. Ook probeert men zoveel mogelijk eerder opgedane werkervaring te benutten en aan de beroepswens tegemoet te komen.
Zwolle: Nieuw Succesvol Product Werkstages met Taalondersteuning
"In 1995 hebben we in Hardenberg een proef gedaan met een door het Arbeidsbureau Zwolle ontwikkeld product: Werkstages met Taalondersteuning. Het betreft een stage van drie maanden waarbij men drie dagen per week werkt en n dag per week scholing/training krijgt. Het project is bedoeld voor nieuwkomers en allochtonen met een achterstand in de beheersing van de Nederlandse taal. Er werd samengewerkt met het Instituut voor Taalonderzoek en Taalonderwijs Anderstaligen (ITTA) van de Universiteit van Amsterdam. De resultaten waren redelijk succesvol, 50% vond betaald werk. Daarom heeft Arbeidsvoorziening Nederland besloten het product in heel Overijssel in te zetten," vertelde De Vent, verantwoordelijk voor de regionale implementatie van dit nieuwe product.
Werkstages met Taalondersteuning kunnen ook in andere regio's van het land worden ingezet als instrument voor arbeidstoeleiding. Om meer bekendheid te geven aan het product heeft Arbeidsvoorziening Nederland twee brochures gemaakt: n voor anderstaligen en n voor werkgevers. "De prognose is dat met nazorg en bemiddeling uiteindelijk 70% van de deelnemers per projectgroep (gemiddeld 12 personen) aan betaald werk kan komen," aldus De Vent. Tot slot lichtte hij de methodiek van het project toe. Net als bij het Werkgelegenheidsproject Allochtonen in Emmen probeert men zoveel mogelijk aan te sluiten bij eerder opgedane werkervaring en indien reëel aan de beroepswens tegemoet te komen. Hiertoe wordt onderzoek gedaan naar de vraag naar dat beroep op de arbeidsmarkt.
De ervaring leert dat de projectgroep uit minimaal 8 en maximaal 15 personen moet bestaan omdat het uitwisselen van persoonlijke ervaringen een belangrijke rol speelt in het leerproces. De samenstelling van de projectgroep is zeer divers.
SIBIO
De Stichting voor Interculturele Bedrijfsaspecten en Intercultureel Ondernemerschap is in 1997 opgericht door de Algemene Werkgeversorganisatie VNO-NCW. De stichting stelt zich ten doel werkgelegenheid te creëren voor gekwalificeerde allochtonen. SIBIO treedt daarbij zowel op als intermediair als begeleider. "We spreken ondernemingen aan op hun social responsibility. We adviseren om bij werving van werknemers ook advertenties en brochures in buitenlandse talen te maken," aldus Van Noorduyn. Het uitgangspunt voor bemiddeling is MBO niveau in het land van herkomst. Door de talenten van gekwalificeerde allochtonen bij ondernemers onder de aandacht te brengen ondersteunt SIBIO ondernemers bij de verwezenlijking van hun bedrijfseconomische doelstellingen. "Gekwalificeerde allochtonen hebben vaak een meerwaarde voor bedrijven, zoals specifieke kennis van een markt of cultuur. Bij een project in Hoofddorp voor hoogopgeleide vrouwen - die het Nederlands nog niet goed beheersen - hebben we nu een Waterdeskundige geplaatst die vanuit haar eigen cultuur een nieuwe kijk en nieuwe kennis inbrengt," vertelde Van Noorduyn. Tot slot benadrukte zij dat het van belang was om niet alleen de kandidaat zelf maar ook de omgeving van de kandidaat te begeleiden.
SIBIO kan vaak werk bieden ook als het niveau van de Nederlandse taalbeheersing nog laag is. Vanuit de zaal werd de vraag gesteld of dit geen problemen oplevert bij de uitvoering van de WIN. "SIBIO wil het traject zo verkort mogelijk aanbieden voor zowel de ondernemer als de werkgever. Bij het vinden van werk moet het taalprogramma aangepast worden. SIBIO probeert werk voor minstens twee jaar aan te bieden, maar kan dat niet garanderen. Door intensieve begeleiding is er echter weinig uitval," antwoordde Van Noorduyn.
In de discussie werd naar voren gebracht dat er bij laagopgeleide nieuwkomers steeds meer weerstand is zowel tijdens de taalopleiding als bij de toeleiding naar werk. Zij zien als perspectief Maatwerk of een Melkert-baan die hun nauwelijks meer geld zal opleveren dan een uitkering en zijn daarom niet meer gemotiveerd. De volgende argumenten om laagopgeleiden toch te motiveren werden uit de zaal gehoord: - als men langer werkt en het goed doet kan op grond van de CAO een hoger salaris worden bedongen; - eigenwaarde; - maatschappelijke positie.
Anneke de Maat
Amsterdam - 10 februari
Voorbeelden uit de praktijk
Mw. D. Adams van het Apeldoorns College vertelde bevlogen over een project Trajectbemiddeling Nieuwkomers van 13 maanden. Het project is opgezet in een samenwerkingsstructuur van het Apeldoorns College, CBB, Gemeente Apeldoorn en het arbeidsbureau . Het ging hier om een zeer intensief traject, waarin collectieve trainingen, individuele begeleiding en stage gecombineerd zijn. Bovendien was gekozen voor een kleine groep van 13 mensen. Bij het zoeken van de stage werd aangesloten bij de werkervaring en/of opleiding in het eigen land. Met de resultaten is men zeer tevreden, 8 van de 13 deelnemers hebben een baan en de 5 anderen zijn nog door het Arbeidsbureau in bemiddeling. Volgens Adams komt het succes door de kleine hechte groep, waardoor men elkaar veel ondersteuning en motivatie kan geven.
Taalstages
Ook in Apeldoorn werkt haar collega, de heer T. Kuiper. Hij gaf een presentatie van het project Taalstages en Leerwerkplaatsen. De deelnemers lopen na een deel van het NT2-traject een taalstage, die ondersteund wordt met individuele begeleiding en groepsgewijze terugkomavonden. Bij het zoeken van een taalstage wordt rekening gehouden met eerdere werkervaring of opleiding, het belangrijkste doel is oefenen met de Nederlandse taal in
"echte" taalsituaties. Bij de leerwerkplaatsen, daarentegen, wordt juist uitgegaan van eerdere ervaring en opleiding. Na het volgen van de taalstage bestaat de mogelijk tot het volgen van zo?n leerwerkplaats. Bij deze leerwerkplaats verschuift de nadruk van taal naar het opdoen van werkervaring en het verbeteren van de sociale redzaamheid. Ook hierbij is sprake van intensieve begeleiding. De resultaten lijken zeer positief te zijn.
Landelijke actie
Mevrouw P. Beversluis, van de stichting SIBIO, presenteerde een project om de arbeidsmarktpositie van (para)medici te verbeteren. Stichting SIBIO staat voor interculturele bedrijfsaspecten en intercultureel ondernemerschap en is een initiatief van de overheid en het bedrijfsleven. In het project lag de nadruk op het bekend maken van het beroepsveld met de nieuwkomer. Ze gaf nog een belangrijke boodschap mee: "Begin op tijd met het aanvragen van de diplomawaardering, dit kan lang duren en er is een termijn aan de geldigheid van eerder gevolgde opleidingen". Hierop ontstond enige consternatie in de zaal. Het bleek dat een aantal aanwezigen slechte ervaringen hadden met de diplomawaardering. Volgens hen duurt het erg lang en is de uitkomst niet altijd voorspelbaar op basis van gelijke gevallen. Zo werden twee diploma?s van dezelfde universiteit en dezelfde datum verschillend beoordeeld.
Mevrouw Beverhuis benadrukte tot slot het nut van landelijke projecten. Deze voorkomen versplintering van gelden en kennis.
Jera van Gelder
Gilze - 11 februari
Buitenschools leren
Simon Verhallen van het ITTA presenteerde samen met W. Woldegem van ROC Zeeland over 'buitenschools leren'. Ze hebben samen een project in Middelburg gedaan waar consulenten van Arbeidsvoorziening een training deden over werken met minderheden. In het speciaal: het voorbereiden en verbeteren van diensten verlenen aan allochtone cliënten. Het intakegesprek wordt verbeterd door oefengesprekken met toekomstige gesprekpartners. Zo komen op een lerende wijs consulenten en cursisten NT2 met elkaar in contact.
Het concept 'buitenschools leren' kan alleen werken maar met een grote mate van zelfwerkzaamheid:
- doelsituaties opzoeken
- eigen doel formuleren
- gesprekken en taaltaken
- buitenschoolse taak uitvoeren
- zelf evalueren.
Twee maal leren
Buitenschools leren betekende in het project eigenlijk twee maal leren:
- Het oefenen in de opleiding
- De voorbereiding wordt twee maal gedaan (consulenten worden voorbereid op oefengesprek, cursisten ROC worden voorbereid op oefengesprek)
- Er is sprake van een open leersituatie (twee consulenten en twee cursisten bij elkaar, twee observeren, twee voeren simulatie intakegesprek)
- En tot slot: samen evalueren.
De cursisten en consulenten zijn erg enthousiast over de manier van Buitenschools leren. Cursisten durven meer, zijn minder nerveus, weten wanneer ze iets mogen vragen. Het Middelburgse project lijkt een succes te worden.
Werk voor Vluchtelingen
Een deel van de Rotterdamse nieuwkomers - de vluchtelingen - wordt door een aanpak van VluchtelingenWerk Rijnmond beter bereikt. Mw. Mr. Rosa Verhoeff gaf een presentatie van de werkwijze van VWR en het speciale bemiddelingsbureau Werk voor Vluchtelingen dat voor dit doel gerealiseerd is.
De opzet van Werk voor Vluchtelingen is betrekkelijk eenvoudig: voor en door vluchtelingen.
- Een intake door intercedenten uit de doelgroep
- 3 maanden stage
- 4 dagen stage en 1 dag school (werktaal en arbeidsmarkttraining)
- En daarna overdracht naar het RBA voor bemiddeling, naar uitzendbureaus of soms direct naar werk. De samenwerking met alle andere partijen is een voorwaarde om succes te hebben. Dat begint langzaam op gang te komen. Werk voor Vluchtelingen zorgt er voor dat mensen die thuis zitten gemotiveerd worden om aan het werk te gaan en brengt op die manier klanten bij het RBA binnen. Andere klanten komen van het RBA via de stages van WvoorV op een beter niveau voor bemiddeling: meer ervaring betekent in het algemeen een betere ingang.
Emplooi
Emplooi is het arbeidsbemiddelingsbureau van Vluchtelingenwerk Nederland, vertelde Mw.E. Epema. Emplooi wordt binnenkort zelfstandig. De organisatie heeft als doel een bijdrage te leveren aan de integratie van vluchtelingen door:
- hen te helpen bij het vinden van betaald werk in loondienst
- het starten van eigen bedrijf
- het adviseren bij het maken van keuzes voor beroepsopleiding.
Emplooi heeft 80 adviseurs, voornamelijk ex-leidinggevenden die advies geven op vrijwillige basis. Men heeft voor dit soort adviseurs gekozen, omdat zij een eigen netwerk kunnen aanspreken, ingangen kennen bij werkgevers en maatwerk kunnen leveren. Er staan 3500 werkzoekenden in het bestand (waarvan 25% op HBO/WO - niveau) In 1998 zijn 1000 mensen aan een baan geholpen. Daarvan is 76% na een jaar nog aan het werk.
Emplooi heeft een paar speciale projecten:
- ReBus i.s.m. SEON gericht op een eigen bedrijf
- het Vluchtelingen-artsenproject
- Een project voor exportmanagers
- het Belastingdienstproject.
Tamar van Gelder
Workshop Werkwijze Arbeidsvoorziening
"Een breuk met het verleden", noemt Henk Jeths van arbeidsbureau nieuwkomers de nieuwe visie op nieuwkomers van Arbeidsvoorziening Nederland. De visie gaat uit van vroegtijdige betrokkenheid van het arbeidsbureau bij nieuwkomers die kunnen en willen werken. De eisen ten aanzien van de taalvaardigheid worden versoepeld, en deze groep wordt niet meer automatisch ingedeeld in de categorie niet bemiddelbare werkzoekenden.
Met deze plannen geeft Arbeidsvoorziening gevolg aan de eisen in de Wet inburgering nieuwkomers. Volgens deze wet heeft de organisatie op twee momenten tijdens het inburgeringsproces van nieuwkomers een taak. Het arbeidsbureau dient tijdens het inburgeringsonderzoek advies uit te brengen over de inhoud van het programma. Daarnaast moet zij uiterlijk zes weken voor het einde van het programma adviseren over mogelijke vervolgstappen.
Arbeidsvoorziening heeft deze taken vertaald in een aantal producten voor nieuwkomers: de administratieve intake, het tussentijds overleg en de kwalificerende intake. In een administratieve intake wordt de afstand van de nieuwkomer tot de arbeidsmarkt bepaald. Onderzocht wordt of diplomawaardering nodig is en of de nieuwkomer in aanmerking komt voor beroepsoriëntatie. De administratieve intake wordt afgerond met een advies over de inhoud van het inburgeringsprogramma.
Tijdens het inburgeringsprogramma houdt het arbeidsbureau de nieuwkomer in het oog via tussentijds overleg met de trajectbegeleider. Een ideaal moment hiervoor zijn volgens Jeths de toetsmomenten op school. "Op basis van de resultaten kan de voortgang van de nieuwkomer worden gecontroleerd. Daarnaast kunnen we zien of bijsturing van het plan nodig is."
Aan het eind van het traject bepaalt de consulent van het arbeidsbureau via een kwalificerende intake opnieuw de afstand van de nieuwkomer tot de arbeidsmarkt. Tenslotte geeft de consulent een advies over een vervolgtraject naar werk.
Inkoop
De producten maken deel uit van de basisdienstverlening van Arbeidsvoorziening en zijn gratis voor nieuwkomers. Om deze groep daadwerkelijk aan werk te helpen is echter meer nodig. "De meeste nieuwkomers hebben na het inburgeringsprogramma een extra steuntje in de rug nodig om een passende baan te vinden, bijvoorbeeld omdat ze de taal nog niet voldoende beheersen of omdat ze niet bekend zijn met werken in Nederland."
Voor deze groep biedt Arbeidsvoorziening een aantal extra diensten, die door gemeenten kunnen worden ingekocht. Afhankelijk van de behoefte kan gebruik worden gemaakt van een oriëntatietraject voor allochtonen, werkstages met taalondersteuning of het opstellen en uitvoeren van bemiddelingsplannen.
Een aantal regio?s hebben zelf producten ontwikkeld. RBA Drenthe en Randstad Uitzendbureau zijn bijvoorbeeld met een speciale unit voor allochtonen gestart. Deze unit wordt gerund door consulenten uit minderheidsgroepen. Ook wordt in deze regio gebruik gemaakt van geïntegreerde scholing, waarbij taalonderwijs en beroepspraktijk in elkaar zijn geschoven. Het resultaat is een vakopleiding voor volwassen anderstaligen. "Effectief, efficiënt en motiverend voor de deelnemers", zegt Joy Kusopersad van RBA Drenthe.
Ook in Limburg zijn speciale instrumenten ontwikkeld. In het project ?arbeidsinpassing nieuwkomers? worden deelnemers door een arbeidsmarktgerichte training (met interculturele communicatie, sollicitatietraining en een cursus bedrijfscultuur in Nederland) en een werkoriëntatie met taalondersteuning bemiddeld naar werk of een vervolgopleiding. Jeths: "Wij zijn nog niet overal zover, maar we proberen een positieve omwenteling te realiseren met het doel om de nieuwkomer een sluitend traject naar werk te bieden".
Christine Wevers
Workshop Activering
Bij de doorgeleiding van nieuwkomers wordt vaak gedacht aan betaalde arbeid. Soms is dit echter niet haalbaar. Een alternatief is dan (vervolg)onderwijs of sociale activering. In de workshop over activering zijn de mogelijkheden hiervan op een rijtje gezet. Vooral vrijwilligerswerk biedt goede kansen voor nieuwkomers.
Vrijwilligerswerk biedt een scala aan mogelijkheden voor nieuwkomers. Als vrijwilliger kan de nieuwkomer zijn taalkennis vergroten en zich oriënteren op een bepaald beroep. De nieuwkomer kan wennen aan Nederlandse verhoudingen en omgangsvormen. Ook is het een manier om het maatschappelijk isolement te doorbreken. Dit laatste geldt vooral voor vrouwelijke nieuwkomers. Meestal dragen zij zorg voor het huishouden en komen ze nauwelijks in aanraking met autochtonen.
Vrijwilligerswerk kan zowel aan het einde als tijdens het inburgeringsprogramma worden ingezet. Tijdens het traject is het vooral een instrument om de taalvaardigheid van de nieuwkomer te vergroten en om het zelfvertrouwen van de nieuwkomer te vergroten. "Nieuwkomers worden geconfronteerd met zaken die ze niet goed kunnen, dat kan een flinke deuk geven in hun zelfvertrouwen. Vrijwilligerswerk biedt hen de kans om iets te doen waar ze goed in zijn", aldus Annette Berenschot van stichting VrijwilligersManagement (sVM). Daar staat tegenover dat het vrijwilligerswerk hoge eisen stelt aan de organisatie die de nieuwkomer inschakelt. Een minimale voorwaarde voor succes is interculturele communicatie en intensieve begeleiding van de nieuwkomer.
Taalkennis
Lilian Franke van VluchtelingenWerk Utrecht bevestigt dit in een bijdrage over activering van nieuwkomers in de praktijk. In opdracht van de gemeente is in Utrecht een traject gestart om de taalvaardigheid van nieuwkomers te verbeteren door middel van vrijwilligerswerk. De aanleiding is dat deze regio weinig industriële werkgelegenheid kent. Er worden vooral banen aangeboden in de zakelijke dienstverlening. Deze functies vergen een goede beheersing van de Nederlandse taal, vaak op een niveau waar nieuwkomers niet aan kunnen tippen. Door vrijwilligerswerk kunnen zij, zo is de gedachte, hun taalvaardigheid opschroeven tot het gewenste niveau.
VluchtelingenWerk Utrecht begeleidt zowel de nieuwkomer als de werkgever in dit proces. Veel tijd en energie gaat uit naar de matching van kandidaten. Van belang is dat de nieuwkomer affiniteit heeft met de werkplek. Nieuwkomers met een medische opleiding worden bijvoorbeeld in een verzorgingstehuis geplaatst. Deelname is niet vrijblijvend. De werkgever en werknemer sluiten een contract waarin de wederzijdse verplichtingen zijn vastgelegd. Uit de ervaringen in Utrecht blijkt dat goede begeleiding belangrijk is voor de continuïteit. De deelnemers kampen niet alleen met taalproblemen, maar lopen ook tegen cultuurverschillen aan die meestal door een tussenpersoon opgelost kunnen worden. De meeste nieuwkomers waarderen de stagetijd, hoewel de periode van een half jaar als onvoldoende wordt gezien.
Vrijwilligersmanagement
Naast enkele voorbeelden van lokale initiatieven is tijdens de workshop ook aandacht besteed aan de activiteiten van sVM. Deze organisatie is gevestigd in Utrecht en verzorgt landelijk voorlichting en informatie over vrijwilligerswerk. sVM ondersteunt vrijwilligerscentrales en lokale steunpunten voor vrijwilligerswerk, stimuleert de toegankelijkheid van vrijwilligerswerk en steunt maatschappelijke organisaties bij het vinden en bemiddelen van vrijwilligers. Onder regie van de sVM is een brochure gemaakt over nieuwkomers en vrijwilligerswerk, getiteld ?Inburgering met een meerwaarde?. De brochure is verkrijgbaar bij sVM, tel. 030 - 2333 3937.
Hans Buijing, Vrijbaan
Workshops Regie Gemeenten 
terug
naar boven
|