is gestopt en geeft nu de geschiedenis van inburgering
NIEUWS | VRAGEN | SITEMAP | WAT WAS NIEUW | AGENDA | SERVICE | DISCUSSIE
Regels  

Wet inburgering nieuwkomers

Op deze pagina vindt
u een overzicht van relevante wetten, regelingen en circulaires.
De tekst van de Wet inburgering nieuwkomers kunt u nu via InburgerNet opvragen. Van de overige wetten wordt vermeld van welk ministerie de regelgeving afkomstig is. Mogelijk zijn ook deze wetten in de toekomst via InburgerNet opvraagbaar.

Congres 'Regie en Organisatie van de Wet Inburgering Nieuwkomers'

Op woensdag 21 april jl. vond in het RAI-Congrescentrum (Amsterdam) het congres Regie en Organisatie van de Wet Inburgering Nieuwkomers plaats. Het congres werd georganiseerd door het Nederlands Studie Centrum i.s.m. Piers Groep Management Consultants en bezocht door honderd mensen. Ruim een kwart van de deelnemers bestond uit vertegenwoordigers van diverse gemeenten uit het land. Ook de ROC's en andere educatieve instellingen waren met 20% van de deelnemers goed vertegenwoordigd. Onder de overige aanwezigen bevonden zich vertegenwoordigers van een groot aantal organisaties die zich ofwel direct bezighouden met de begeleiding van nieuwkomers, dan wel een adviserende rol daarbij vervullen. Onder meer: Vluchtelingenwerk, Stichting Vrijwilligers Management, Arbeidsvoorziening, Vrijbaan en diverse management-consultancy bureaus.

Tijdens het plenaire ochtendprogramma gaven vier sprekers hun visie op regie vanuit de instelling die zij vertegenwoordigen.

De heer P. Heijnen, Wethouder Onderwijs, Sociale Zaken, Werkgelegenheidsbevordering en Integratie van de gemeente Den Haag

Inburgering als onderdeel van integratie
De heer Heijnen richtte zich in zijn speech vooral op de bestuurlijke aspecten van de coördinerende rol die de gemeente Den Haag als regisseur van het inburgeringsprogramma vervult. Hij benadrukte daarbij dat: "Een succesvol inburgeringbeleid moet passen binnen het totale beleid en de uitvoering daarvan gericht op integratie van nieuwkomers." Een gemeente heeft een coördinerende rol niet alleen tijdens het inburgeringsprogramma maar ook daarna. Want zoals gezegd: "Inburgering is deel van een langer lopend integratiebeleid.'

Verkokering van beleidsterreinen tegengaan
In Den Haag wordt de coördinatie (regie) vereenvoudigd doordat in de portefeuille van de wethouder zowel het inburgeringsbeleid, als ook: onderwijs, sociale zaken en integratie zijn opgenomen. Ook de betrokken raadscommissie heeft deze velden. Dit vereenvoudigt een goede samenwerking tussen onderwijs en arbeid. In andere grote gemeenten is daarentegen vaak sprake van 'verkokering' van de verschillende beleidsgebieden: dit leidt tot stagnering.

Registratie van resultaten
"Coördinatie vereist registratie", aldus Heijen. Een belangrijke voorwaarde voor goede coördinatie is registratie van de resultaten van het gevoerde beleid. De gemeente Den Haag werkt aan het formuleren van doelstellingen in haalbare producten. Heijnen: " Het gaat niet alleen om hoeveel nieuwkomers hebben deelgenomen aan een programma, maar ook met welke kwalificatie zij het programma hebben afgerond." Er zijn een aantal ijkpunten vastgelegd, zoals onder meer:

  • Is er sprake van een sluitende aanpak (bereik en verzuimaanpak);
  • Is er een duidelijke en werkbare taakverdeling tussen betrokken partijen?;

komen de gemiddelde toetsresulaten (600 uren toets en MO-toets) overeen met de gestelde eindtermen van het inburgeringsprogramma en het landelijk gemiddelde?

Doorgeleiding
De gemeente is verantwoordelijk voor de doorgeleiding van de nieuwkomer. Daartoe dient de gemeente afspraken te maken met Arbeidsvoorziening, de gemeentelijke sociale dienst en het ROC. Deze afspraken dienen te worden vastgelegd en bekrachtigd door de raadscommissie of gemeenteraad. De gemeenteraad van Den Haag heeft onlangs bepaalt dat binnen de reguliere volwasseneneducatie het vervolgaanbod NT2 voor nieuwkomers prioriteit zal krijgen. Heijnen: " Dit leidt weliswaar niet tot een uitbreiding van de capaciteit maar verzekert de nieuwkomer wel van een NT2 aanbod in aansluiting op het inburgeringsprogramma."

Samenwerking op één lokatie: immigratiekantoor
"Inburgering is alleen vorm te geven als alle partijen een herkenbare inbreng hebben bij de vormgeving en de uitvoering van dit beleid", aldus Heijnen. "De partijen moeten vooral geen competentiestrijd met elkaar aangaan." In Den Haag zal die samenwerking binnenkort niet alleen op papier maar ook op één lokatie gaan plaatsvinden. Er komt in Den Haag een immigratiekantoor waarin de Vreemdelingendienst, de Dienst Burgerzaken en het Haags Startpunt nieuwkomers vanuit één lokatie gaan samenwerken. De medewerkers van de educatieve instelling verrichten de educatieve intake op dezelfde lokatie waarop het Haags Startpunt Nieuwkomers haar intake uitvoert. Het Haagse motto is niet alleen zoals in Amsterdam: 'versterk de keten', maar vooral: 'verkort de keten'.

Duale programma's
Een goede aansluiting na afloop van het inburgeringsprogramma is essentieel voor succesvolle integratie van nieuwkomers. In het kader van een sluitende aanpak zullen in Den Haag binnen het inburgeringsprogramma zogenaamde duale programma's worden ingebouwd. Bijvoorbeeld: een combinatie van een WIW plaats met het volgen van het inburgeringsprogramma of met het volgen van een verkorte MBO opleiding.

Knelpunten
Heijnen bracht nog eens naar voren dat een telkens terugkerend dilemma voor de lokale bestuurder het spanningsveld is tussen inburgering en werk. De hamvraag is: " Gaat inburgering voor (tijdelijk) werk?" In Den Haag heeft de Raadscommissie in februari 1998 het volgende standpunt ingenomen: tijdelijke arbeid mag niet leiden tot vrijstelling binnen het inburgeringsprogramma. Als alternatief biedt men een semi-intensief inburgeringsprogramma.
Een ander knelpunt is dat veel vrouwen niet op tijd aan het inburgeringsprogramma kunnen beginnen omdat de kinderopvang nog niet geregeld is.
Tot slot wees Heijnen op twee veranderingen die de toekomstige praktijk van inburgering zullen beïnvloeden:

  • nieuwe vreemdelingenwet die waarschijnlijk zal voorzien tijdelijke en definitieve status
  • de rol van Centra voor Werk en Inkomen. Deze kunnen een belangrijke rol spelen bij een effectieve toeleiding van nieuwkomers naar werk.

De heer mr.dr. H.K. Fernandes Mendes, Directeur Directie Coördinatie Integratiebeleid Minderheden, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Maatwerk
De heer Fernandes Mendes wees erop dat uit de evaluatie van Regioplan gebleken is dat de gemeenten het eerste jaar vooral druk bezig zijn met de organisatie van de uitvoering van de WIN van de grond te krijgen. "Het lijkt erop dat het maatwerk daardoor tot nu toe onderbelicht is gebleven" , aldus Fernandes Mendes. "De vraag is echter of de meeste ROC's dat maatwerk wel kunnen leveren? De meeste ROC's hebben het aantal instroommomenten verhoogd, maar dat is niet voldoende."

Flexibilisering
erdergaande flexibilsering is volgens Fernandes Mendes gewenst, want: " Wat doe je als iemand tijdens het inburgeringsprogramma werk vindt? Werk op zich is positief want dat is ook inburgering. Bij tijdelijk werk moet de inburgering daarom in de avonduren, het weekeinde of de vakantie, kunnen worden voortgezet", verklaarde Fernandes Mendes. Een terugkerend probleem voor met name de kleine gemeenten is de 'gedwongen winkelnering' - die is vastgelegd in de WIN -: dit ondermijnt de onderhandelingspositie.

Discussie zaal
Vanuit de zaal werden aan de sprekers vooral vragen gesteld over het dilemma Werk en Inburgering.
De heer Fernandes Mendes: "Inburgering heeft prioriteit. Maar dat betekent niet dat je mensen moet verbieden te werken. De ROC's moeten meer maatwerk gaan bieden."
De heer Heijnen sloot zich bij deze mening aan, maar wel met de kritische noot dat het maar de vraag is: "Of een combinatie van inburgering-educatie en werk tegelijkertijd wel haalbaar is?. Als je werk toelaat moet je wel de kans bieden om het leertraject langer te laten duren."
Het probleem met verlengde trajecten is dat gemeenten afgerekend worden op het aantal binnen één jaar afgelegde trajecten, zo werd uit de zaal naar voren gebracht. Fernandes Mendes zei hierop: "Uitsmeren van trajecten is nu niet toegestaan, maar als het een landelijk probleem blijkt dan moet er serieus aandacht aan worden besteed."

Tweede deel plenaire sessie
Na de pauze kwamen achtereenvolgens mevrouw Verlaan, de heer Somsen en de heer Weteling aan het woord. In de lezingen van Verlaan en Weteling werd een nieuw begrip geïntroduceerd: getrapte regie-verantwoordelijkheid.

De heer Somsen, directeur Arbeidsbureau Oost (Amsterdam) gaf namens de heer Elshoff, directeur Arbeidsvoorziening Zuidelijk Noord-Holland (die verhinderd was) de visie op regie vanuit een RBA weer:

1. De visie van Arbeidsvoorziening op de regie door de gemeente

Arbeidsvoorziening verwacht van de regisseur:

a. een uitnodiging om haar plannen inclusief de randvoorwaarden op tafel te leggen ten behoeve van de uitvoering van de WIN. In sommige gemeenten heeft Arbeidsvoorziening overigens al het initiatief genomen en een voorstel op tafel gelegd o.a. omdat i.v.m. de planning van de begroting tijdige reserveringen van productiecapaciteit nodig is voor nieuwkomers.

b. een heldere en eenduidige formulering van de verwachtingenlwensen vooral als de plannen van Arbeidsvoorziening niet geheel overeenstemmen met die van de gemeente of als randvoorwaarden niet of slechts gedeeltelijk gerealiseerd kunnen worden.

c. Arbeidsvoorziening verwacht van de regisseur dat hij de randvoorwaarden realiseert waarvan het rendement op de inspanning van Arbeidsvoorziening afhangt. Daarbij moet u denken aan de beschikbaarheid van kinderopvangplaatsen, maar ook de uitvoering van de Wet Boeten.

d. gezamenlijke vaststelling van einddoelen en uitgangspunten

e. periodiek overleg op uitvoerings- en op beleidsniveau met het doel knelpunten te inventariseren en oplossingen te genereren.

f. een jaarlijkse evaluatie van de inzet van Arbeidsvoorziening door de gemeente als vorm van terugkoppeling.

terug naar boven

2. Doorstroming naar werk en inkomen

De rol van Arbeidsvoorziening beperkt zich tot de doorstroming naar werk en inkomen.
Onderwijs in de vorm van een opleiding of vervolgtaalsscholing kan daar een onderdeel van zijn.
Perceptie rol Arbeidsvoorziening bij de uitvoering van de WIN.
Arbeidsvoorziening Zuidelijk Noord-Holland ziet zichzelf als:

  1. uitvoerder
  2. adviseurdeskundige ten behoeve van de gemeente
  3. ondersteuner
  4. productontwikkelaar

Uitvoerder
Als uitvoerder van het traject naar werk heeft Arbeidsvoorziening een aantal taken tijdens:
Het inburgeringsonderzoek: administratieve intake inclusief advisering ten aanzien van het nut en de noodzaak van het laten uitvoeren van een diplomawaardering door de gemeente.
Het educatief traject: tussentijds overleg over de nieuwkomer en een kwalificerende intake (= herbepaling van de mogelijkheden op de arbeidsmarkt) uiterlijk zes weken voor de afloop van het educatief traject.
Het traject naar werk: opstellen en uitvoeren van het bemiddelingsplan inclusief scholing, (sollicitatie)training en zonodig arbeidsmedisch advies.
Als uitvoerder van het traject naar werk hanteert Arbeidsvoorziening als uitgangspunten: - de richtlijnen van de gemeenten - de wettelijke kaders van nABW, WIN, Wet Boeten en verder nog een anderssoortig uitgangspunt: taalverwerving is een continue proces dat niet stopt na de 600 uur van het educatief traject. Verbetering van de beheersing van de Nederlandse taal is een onderdeel van het traject naar werk. Nederlands leren zal voor een deel van de nieuwkomers zelfs onderdeel van de gesubsidieerde baan moeten zijn.
Het doel dat Arbeidsvoorziening nastreeft is de nieuwkomer zo spoedig mogelijk te bemiddelen naar een (gesubsidieerde) baan waardoor hij een inkomen uit arbeid verkrijgt en uitkeringonafhankelijk is. Arbeidsvoorziening zet in op:

  • Het maximaal haalbare binnen de gegeven termijn. (NB. Die termijn zal in het kader van sluitende aanpak in de toekomst wellicht een jaar zijn). Arbeidsvoorziening streeft naar een plaatsing op een reguliere baan. Voor een deel van de nieuwkomers is dat vooralsnog niet haalbaar. Het alternatief is plaatsing op een WIW-dienstbetrekking, Melkert 1-baan of WSW-baan.
  • Een goede uitgangspositie op de arbeidsmarkt: een baan met perspectief. Van de nieuwkomer mag verwacht worden dat hij educatief zelfredzaam is gemaakt. Dat wil zeggen: op de hoogte is van alle mogelijkheden binnen en buiten het bedrijf om zich verder bij en om te scholen.
  • Duurzame arbeidsinpassing.

Twee belangrijke knelpunten in het traject naar werk zijn:

  1. de ambities van nieuwkomers versus de mogelijkheden. Het is van belang de verwachtingen vroegtijdig bij te stellen in het belang van alle betrokken partijen.
  2. de feitelijke arbeidsinpassing. Gezien het relatief hoge werkloosheidspercentage onder nieuwkomers slagen ze er niet in duurzaam een inkomen uit arbeid te verwerven.

Adviseur/deskundige
Arbeidsvoorziening stelt de gemeente haar ervaringen ter beschikking en is bereid te adviseren m.b.t. de inrichting en uitvoering van het inburgeringsprogramma. Arbeidsvoorziening denkt desgevraagd mee

Ondersteuner
Arbeidsvoorziening ondersteunt andere organisaties bij de uitvoering van hun taken bijvoorbeeld bij het werven van taalstageplaatsen, bij de deskundigheidsbevordering van de docenten maatschappelijke oriintatie in de eigen taal. Arbeidsvoorziening ondersteunt andere organisaties bij de uitvoering van hun taken bijvoorbeeld bij het werven van taalstageplaatsen, bij de deskundigheidsbevordering van de docenten maatschappelijke oriintatie in de eigen taal.

Productontwikkelaar
Arbeidsvoorziening ziet het als haar taak specifieke producten te ontwikkelen waarmee knelpunten in het traject naar werk opgelost kunnen worden.
Een belangrijk knelpunt is de kloof tussen het educatief traject en het traject naar werk: het bereikte taalniveau is bij veel nieuwkomers onvoldoende om met succes aansluitend een beroepsopleiding te volgen. Er zijn door Arbeidsvoorziening Nederland inmiddels in samenwerking met een universitair instituut enkele producten/instrumenten ontwikkeld waardoor een hoger streefniveau mogelijk is.
Een belangrijk product is de Werkstage met taalondersteuning. Met dit product kan de taalverwerving na het educatief traject worden voortgezet door te drie á vier dagen te werken in een Nederlandstalige werkomgeving én een dag terug te gaan naar school voor les in de Nederlandse (vak)taal.Verder is er een product ontwikkeld waardoor Arbeidsvoorziening aan de slag kan met nieuwkomers die de Nederlandse taal zeer beperkt beheersen ( CITO 2-niveau).
Bijkomend voordeel is dat werkgevers mensen "op zicht" krijgen. De ervaring leert dat deze kennismaking regelmatig resulteert in een baan met perspectief voor de nieuwkomer.

Mevrouw drs. J.W.A. Verlaan, Voorzitter College van Bestuur Regionaal Opleidings Centrum Amsterdam
Decentralisatie en outputfinanciering
Mevrouw Verlaan begon haar betoog met het schetsen van de cultuuromslag die sinds 1996 met de Wet Educatie en Beroepsonderwijs binnen het volwassenenonderwijs heeft plaatsgevonden. De invoering van de WEB hield onder meer een overgang van input- naar outputfinanciering in. Ditzelfde geldt voor de WIN die in september 1998 is ingevoerd. Beide wetten zijn exemplarisch voor het decentralisatiebeleid dat door de rijksoverheid aan het einde van de jaren tachtig is ingezet. Dit decentralisatiebeleid betekent dat de overheid als opdrachtgever ook priotriteiten gaat stellen Dit is eerst bij de basiseducatie gebeurd. En in 1996 kwam die cultuuromslag ook voor andere WEB-onderdelen. Dit alles moest in korte tijd gebeuren, onder gelijktijdige verschuiving van de budgetten en zonder transformatiebudget.

Overheidscontrole en -bepalingen
Maar ondanks de invoering van de decentralisatiewetten laat de overheid niet echt los. " ..opvallend is dat controle, verantwoording en efficiencykorting een onevenredig groot aandeel hebben in de nieuwe concepten. De omvang van de departementen is dan ook niet veranderd.", aldus Verlaan. Dat geldt ook voor de WIN, waarin nog steeds bepalingen over de inrichting van programma's zijn opgenomen.

Getrapte regie
De wethouder heeft het ROC Amsterdam (ROCA) gevraagd om naast de onderwijstrajecten voor nieuwkomers ook het hele inburgeringsonderzoek te verrichten. Het voordeel daarvan voor de gemeente is volgens Verlaan: "Meer schakels van de keten bij één leverancier vergemakkelijkt het toezicht op de keten." De gemeente Amsterdam heeft er dus voor gekozen om een deel van de regie uit handen te geven aan het ROCA. Het ROCA is aan het verzoek van de gemeente Amsterdam tegemoetgekomen. Maar voor het nog maar kortgeleden gefuseerde ROCA was het organiseren van de uitvoering van het inburgeringsonderzoek een hele 'tour de force'. Verlaan: " Behalve samenwerking (tussen de verschillende segmenten van het net gefuseerde ROCA, Red.) moest er ook een nieuw programma tot stand gebracht worden, waarin allerlei actoren van buiten het ROCA (gemeentelijke diensten, deelraden, vluchtelingenwerk) een rol kregen." Het versterken van de keten heeft al resultaten geboekt: de uitval van nieuwkomers is gedaald van 19 tot 3%.

Samenwerking met de regisseur
De gemeente Amsterdam heeft dit project in zeer nauwe (en kritische) samenwerking met het ROC opgezet. Langs deze weg werkt de gemeente Amsterdam aan 'versterking van de keten'.
Maar er moet nog veel gebeuren volgens Verlaan: "We weten beide dat er nog veel niet deugt: de informatievoorziening, de doorstroom naar vervolgonderwijs of werk, de verdeling van taken met andere partners en de verantwoording. Maar we zetten ons daarvoor beide in."

Gecombineerde werk-educatie trajecten
Verlaan benadrukte dat educatie op zich geen doel mag zijn. Het gaat om integratie: " Trajecten naar werk via beroepsonderwijs of paralelle trajecten van werk, beroepsonderwijs én educatie moeten ontworpen, ingevoerd en onderhouden worden." In dit kader gaat het ROCA samenwerken met RBA en de Sociale Dienst. In de Bijlmer komt een Centrum voor Werk en Inkomen gekoppeld aan een aanbod van scholing en educatie. De gemeente faciliteert deze voorziening.

Bezinning
"Volgens mij is zo'n samenwerking het product van de toekomst. Daarvoor zijn nog wel enige voorwaarden in te vullen", concludeerde Verlaan. Die voorwaarden betreffen lef van de samenwerkingsparters (onder andere RBA); regie en vooral ook bezinning van de landelijke overheid. In het kader van de bezinning door de overheid vroeg Verlaan de aandacht voor de problemen van de ROC's met het vaststellen van de kostprijzen. " Als landelijk bepaald wordt welke CAO-voorwaarden van toepassing zijn op onderwijspersoneel, dan kan men niet de gemeente de vrijheid geven lage kostprijzen te bedingen voor taken waarvoor datzelfde dure personeel moet worden ingezet."

De heer R.A. Weteling, Consultant Piers Groep Management Consultants
Trends in regie- en procesmanagement

terug naar boven

InburgerNet werd mogelijk gemaakt door het ministerie van Justitie.