Het opvangsysteem
De manier waarop asielzoekers in Nederland opgevangen worden, kan worden weergegeven in het volgende schema:

Inmiddels is het aantal locaties nog weer groter geworden, omdat de instroom van asielzoekers gestegen is. Volgens de kranten is men op tal van plaatsen op zoek naar nieuwe plaatsen waar asielzoekers kunnen worden opgevangen. Ook is aan de opvangvoorzieningen het Vertrekcentrum Ter Apel toegevoegd. Hier verblijven afgewezen asielzoekers in afwachting van hun verwijdering. In het centrum tracht men onder meer door scholing de betrokkenen te helpen bij het opnieuw inrichten van het leven in het land van herkomst.
Voor vreemdelingen, die vervolgd zijn in hun eigen land, bestaat de mogelijkheid beroep te doen om de regelingen voor asiel, zoals die in de Vreemdelingenwet staan. Voor de uitvoering van deze regelingen is een uitgebreid systeem ontworpen waarbij de Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND) van het ministerie van Justitie de behandelende instantie is. Gedurende de periode van behandeling van het asielverzoek bestaat in principe het recht op verblijf.
In de afgelopen jaren is in grote getale beroep gedaan op de asielregelingen. Op grond van de overweging dat ook mensen beroep doen op de regelingen, die daar in feite geen recht op hebben, heeft een aanscherping van de behandeling van de verzoeken plaatsgevonden. Deze aanscherping, die in samenwerking met de andere EG-landen tot stand gekomen is, heeft er toe geleid dat het aantal asielverzoeken is afgenomen. In veel gevallen heeft de betrokkene te horen gekregen dat het asielverzoek niet in Nederland in behandeling genomen zal worden omdat hij of zij zich eerder in een ander veilig land bevond.
In 1996 hebben ongeveer 20.000 personen een asielverzoek ingediend. De meeste asielzoekers verblijven in een opvangcentrum van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Het COA is een Zelfstandig Bestuursorgaan dat een groot aantal opvangcentra voor asielzoekers in de asielprocedure beheert. Het COA valt onder de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van Justitie. De opvangcentra van het COA zijn verspreid over het hele land. De verstrekkingen in een opvangcentra bestaan uit eenvoudige huisvesting en sanitaire voorzieningen, eenvoudig eten en enige activiteiten om het verblijf, dat kan variëren van enkele maanden tot enkele jaren, aanvaardbaar te maken. Ook wordt enig zakgeld verstrekt.
In toenemende mate wordt geprobeerd in de asielzoekerscentra een eerste start te maken met inburgeringsactiviteiten. Vaak worden - in samenwerking met vrijwilligers van VluchtelingenWerk - lessen Nederlands opgezet. Meestal wordt ook een eerste introductie verzorgd voor de belangrijkste voorzieningen, zoals vervoer, gezondheidszorg en rechts- en sociale voorzieningen. In de opvangcentra verbleven in 1997 omstreeks 35.000 personen in afwachting van de afhandeling van het asielverzoek.Door middel van het programma Dagstructurering streeft het COA naar een verdere professionalisering van het educatieve aanbod.
Op het moment dat het asielverzoek gehonoreerd wordt, wordt de vluchteling verblijfsgerechtigd. Sinds 1 januari 1996 is het de verantwoordelijkheid van de gemeenten om de betrokkene dan te huisvesten. Door middel van een taakstellingssysteem, dat gecoördineerd wordt door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en dat uitgevoerd wordt door het COA, wordt bepaald in welke gemeente de vluchteling gehuisvest zal worden.
Tot 1 januari 1996 - het moment van de waterscheiding verantwoordelijkheden tussen het rijk (asielzoekers) en de gemeenten (verblijfsgerechtigden) - werden asielzoekers ook opgevangen in gemeenten. Op basis van de Regeling Opvang Asielzoekers (ROA) huisvestten de gemeenten asielzoekers in ROA-woningen. Dit systeem bestaat nog voor de asielzoekers, die op 1 januari 1996 in de gemeenten woonden. Het is de bedoeling dat dit aantal langzaam minder wordt, naar mate de asielverzoeken van de betrokkenen afgehandeld worden. Dan zijn er twee mogelijkheden: de asielzoeker wordt verblijfsgerechtigd en blijft in de gemeente of het asielverzoek wordt afgewezen en de vreemdeling moet het land verlaten. Per 1 januari 1998 waren er nog omstreeks 10.000 ROA- asielzoekers in de gemeenten.