Klik hier(naar welkomst pagina van InburgerNet)
NIEUWS | VRAGEN | SITEMAP | WAT WAS NIEUW | AGENDA | SERVICE | DISCUSSIE

Het traject is een stapsgewijze informatiebron over alle onderdelen van inburgering. Daarbij is er voor gekozen om niet alleen het directe traject van inburgering te volgen maar ook aandacht te besteden aan de voorgeschiedenis en aan het vervolg.

Evaluatie van het project Netwerken voor de integratie van vluchtelingen

Eind 1997 is het project 'Netwerken voor de integratie van Vluchtelingen' gestart. Het project werd gestart in het kader van een door de Europese Commissie ingesteld programma maatregelen ten behoeve van de integratie van Vluchtelingen. Het project is uitgevoerd in de gemeente Delft, in de zeven gemeenten die Regio de Friese Wouden (RFW) vormen en op landelijk niveau. De gemeenten en VluchtelingenWerk Nederland hebben opgetreden als co-financier. Naast deze twee locaties functioneerde een stuurgroep als landelijk netwerk ter ondersteuning van de deelprojecten. Eerder werd op inburgernet aandacht besteed aan het project 'Netwerken voor de integratie van Vluchtelingen' in de vorm van een verslag van de conferentie die ter afsluiting van het project op 19 april jl. plaatsvond. Inmiddels is het project ook geëvalueerd door het bureau Vrijbaan. Hieronder volgt een verslag van de evaluatie van bureau Vrijbaan en de conclusies en aanbevelingen op basis van die evaluatie.

Doelstelling project en opzet evaluatie
Belangrijkste doelstelling van het project "Netwerken voor de integratie van Vluchtelingen" was het ontwikkelen van een vervolg op het bestaande inburgeringsprogramma door het creëren van een samenhangend aanbod van activiteiten en het ontwikkelen van professionele netwerken op deelterreinen van integratie. Deze beleidsterreinen waren onderwijs, werkgelegenheid, gezondheid & welzijn en participatie & communicatie. In de landelijke stuurgroep hebben naast de coördinatoren van de deelprojecten, vertegenwoordigers deelgenomen van organisaties met expertise op bovengenoemde beleidsterreinen. Vluchtelingenwerk Nederland heeft het projectmanagement uitgevoerd en was contractant met de Europese Unie. Aan Vrijbaan werd gevraagd om te evalueren in hoeverre de doelen na afronding van het project gerealiseerd zijn. Om na te gaan of de gestelde doelen zijn gerealiseerd zijn gesprekken gevoerd met lokaal en landelijk betrokkenen, zijn bijeenkomsten van de landelijke stuurgroep bijgewoond en zijn de projectplannen en andere relevante literatuur bestudeerd.

Conclusies en aanbevelingen

Gestelde doelen
In het projectplan uit 1997 dat de grondslag vormt voor de verkregen EU subsidie zijn de volgende doelen geformuleerd:

  1. Het project geeft vluchtelingen de kans om als versterking/verdieping van hun inburgering een op het individu toegesneden vervolgprogramma te volgen;
  2. Het project betrekt vluchtelingen direct in de beleidsvoorbereiding- en uitvoering;
  3. Het project realiseert een professioneel netwerk van instanties die zijn betrokken bij de opvang en integratie van vluchtelingen opdat een overdraagbare 'samenhangende aanpak' ontstaat, zowel op plaatselijk/regionaal als op landelijk niveau;
  4. Het project levert een bijdrage aan het opbouwen van een persoonlijk netwerk van vluchtelingen voor hun integratie in Nederland in aansluiting op het door de Nederlandse overheid gefinancierde en door de gemeenten uitgevoerde inburgeringsprogramma. Zonder een dergelijk netwerk dreigt: sociale uitsluiting.

Resultaten

Realisatie van een vervolgprogramma op inburgering
In Delft en de Regio Friese Wouden is er een vervolgprogramma gerealiseerd op het reeds bestaande inburgeringsprogramma dat bestaat uit taalles en maatschappelijke oriëntatie. De vooraf geplande activiteiten en kwantitatieve doelen zijn in zowel Delft als de RFW grotendeels gerealiseerd. Op het terrein van onderwijs en werk zijn in beide deelprojecten aanvullende cursussen en toeleidingstrajecten georganiseerd voor specifieke doelgroepen: jongeren in Delft, vrouwen in de RFW, hoger opgeleiden in beide locaties. Hierdoor is er een beter en effectiever door- en uitstroomprogramma richting vervolgonderwijs en/of arbeidsmarkt gerealiseerd.
Dankzij het onderzoek naar de ervaringen van vluchtelingen met de Nederlandse gezondheidszorg is een goed beeld ontstaan van de behoeften die vluchtelingen hebben en de knelpunten die zij ervaren. De bevindingen van het onderzoek hebben gediend als basis voor de ondernomen activiteiten in de deelprojecten en kunnen ook als basis genomen worden voor beleid in andere Nederlandse gemeenten en regio's. Om de aanbevelingen van het onderzoek in praktijk te brengen, bleek lastiger. Weliswaar is in beide projecten veel gedaan aan gezondheidsvoorlichting voor vluchtelingen en hebben instellingen en huisartsen informatie en voorlichting gekregen over de doelgroep, tot een daadwerkelijke afstemming van vraag en aanbod en van wederzijds begrip is het nog niet helemaal gekomen.

Tot slot is op het terrein van participatie & communicatie een groot deel van de vooraf gestelde doelen gerealiseerd. In Delft is dankzij de komst van een activiteitencentrum voor vluchtelingen een structurele basis gelegd voor zowel participatie als communicatie. Het centrum biedt de mogelijkheid om zowel individueel als in groepsverband activiteiten te ontplooien die bijdragen aan een volwaardige integratie. In de RFW was nauwelijks enige structuur aanwezig als het gaat om participatie van vluchtelingen. Het project heeft bij de diverse lokale (vrijwilligers)organisaties en verenigingen geresulteerd in meer besef en aandacht voor werving van vluchtelingen. Daarnaast zijn de vluchtelingen zelf gemotiveerd en geactiveerd door de organisatie van bijeenkomsten wat geleid heeft tot actief lidmaatschap van enkele vluchtelingen in een reeds aanwezig multicultureel vrouwennetwerk. De mogelijkheden voor individuele participatie zijn door het project vergroot. Het stimuleren van groepsparticipatie blijft door de grote schaal van en spreiding over de regio en de relatief kleine aantallen vluchtelingen echter lastig te organiseren.

Betrokkenheid vluchtelingen
Op zowel landelijk als lokaal niveau zijn vluchtelingen op actieve wijze betrokken bij de beleidsvoorbereiding- en uitvoering. De behoeften en wensen van de vluchtelingen zijn gepeild via individuele interviews en de organisatie van klankbordgroepen. In Delft waar reeds een aantal zelforganisaties actief was, zijn deze ook nadrukkelijk betrokken bij de totstandkoming van onder andere het activiteitencentrum. In feite zijn de activiteiten en voorzieningen die binnen het project gerealiseerd zijn alle gebaseerd op de behoeften en wensen van (individuele) vluchtelingen. Tot slot is de invloed van vluchtelingen bevorderd door de participatie van de VON.

Realisatie van een professioneel netwerk en een samenhangende aanpak
Om tot een samenhangende aanpak te komen is het noodzakelijk om op lokaal en landelijk niveau een professioneel netwerk te ontwikkelen van instanties die betrokken zijn bij de integratie van vluchtelingen. Deze netwerkontwikkeling heeft door het EU project een flinke impuls gekregen. In Delft is met name de samenwerking tussen het Bureau Nieuwkomers en het Arbeidsbureau, dankzij de detachering van de medewerker van BIND, structureel verbeterd. Met het ROC en andere onderwijsinstellingen zijn duidelijker afspraken gemaakt over afstemming van het aanbod. Dankzij de inbreng van het UAF is bovendien het Delftse beleid ten aanzien van studeren met behoud van uitkering versoepeld zodat vluchtelingen sneller aan een vervolgopleiding kunnen beginnen. Voor wat betreft gezondheidszorg heeft Vluchtelingenwerk een coördinerende rol verkregen bij de verdeling van vluchtelingen over huisartsen en participeert de SVD samen met Pharos in een lokaal consultatieteam met onder meer de GGD en het RIAGG. Daarnaast is de SVD via het activiteitencentrum de initiator en spil van het participatie en communicatiebeleid voor vluchtelingen. De SVD is tot slot verworden van een 'luis in de pels' tot een serieuze gesprekspartner en adviseur van de gemeente, wat op structurele wijze bijdraagt aan aandacht voor en belangenbehartiging van Vluchtelingen in Delft.

Ook in de regio Friese Wouden zijn belangrijke netwerken ontwikkeld. Op zowel lokaal als regionaal niveau zijn er nu gemeentelijke werkgroepen waarin zowel beleid als uitvoering van het onderwijs- en arbeidsmarktbeleid voor vluchtelingen worden gecoördineerd. Het ROC Friesland heeft dankzij het project haar onderwijsaanbod voor vluchtelingen kunnen uitbreiden. Op het terrein van gezondheidszorg wordt er mede dankzij ondersteuning van het EU project een provinciaal zorgnetwerk gerealiseerd. Vluchtelingenvrouwen zijn nu nadrukkelijk in beeld en actief bij netwerken als het Multicultureel Vrouwennetwerk en instellingen als het sociaal cultureel werk en lokale (vrijwilligers)verenigingen.

Door de dwarsverbanden tussen het landelijk en het lokale/regionale niveau zijn organisaties als het UAF, de VON en Pharos ook op decentraal niveau opgenomen in de relevante netwerken. Gezien de groeiende invloed en rol van de gemeente als het gaat om ontwikkeling en uitvoering van integratiebeleid is dit ook voor de toekomst van groot belang. Andersom hebben UAF, VON en Pharos dankzij de ondernomen activiteiten binnen de deelprojecten ook meer inzicht verkregen in de lokale praktijk. De ervaringen opgedaan in Delft en de RFW kunnen zij binnen hun organisaties verspreiden.

Alle deelnemers van de stuurgroep hebben de wederzijdse uitwisseling van informatie en ervaringen, van beleid en praktijk, als positief en nuttig ervaren. Men kan en zal ook in de toekomst van elkaars expertise gebruik blijven maken en waar wenselijk gezamenlijk optreden.

In Delft en de regio Friese Wouden is door het project een samenhangende aanpak van het lokaal en regionaal inburgerings- en integratiebeleid bevorderd. Naast de aandacht voor onderwijs en arbeid, die tijdens het inburgeringsprogramma centraal staan, is nu ook het belang van integratie en inburgering op andere terreinen voor het voetlicht gekomen. Het welbevinden van vluchtelingen is bepalend voor een succesvolle integratie. Zonder voldoende aandacht voor de gezondheidsbeleving van vluchtelingen en zonder het creëren van participatiemogelijkheden in de lokale en regionale gemeenschap, is succesvolle integratie nauwelijks mogelijk. Als iemand niet goed 'in zijn vel zit', zich niet op zijn gemak voelt en in een sociaal isolement verkeert, heeft dit uiteraard ook negatieve effecten op de vorderingen die men maakt in het onderwijs en op weg naar de arbeidsmarkt. Het EU project heeft via de samenhangende en multidimensionale aanpak, meer aandacht gericht op het belang en de invloed die gezondheid, welbevinden en participatie hebben op een succesvolle integratie.

Om te komen tot een geheel ontwikkelde en beproefde methodiek 'samenhangende aanpak' is een project op slechts twee locaties en van een relatief korte tijdsduur niet voldoende. De ervaringen die zijn opgedaan en beschreven kunnen slechts dienen als basis voor nieuwe projecten en initiatieven waarin de gehanteerde werkwijzen verder ontwikkeld en verbeterd worden. Van daaruit kan dan ook gekomen worden tot een structureel en breder ingezet integratiebeleid.

Realiseren van persoonlijke netwerken
De vluchtelingen hebben door de projectactiviteiten op diverse onderdelen netwerken opgebouwd en versterkt. Door deelname aan onderwijsprogramma's en faciliteiten, door het bijwonen van groepsbijeenkomsten, door opname in netwerken en vrijwilligersorganisaties, door het vinden van een baan.

De vluchtelingen hebben, in de interviews die hebben plaatsgevonden ten behoeve van de evaluatie, maar ook tegenover hun contactpersoon bij bureau Nieuwkomers en/of hun docent, aangegeven dat de aangeboden activiteiten en faciliteiten duidelijk hebben bijgedragen aan een verbetering van hun positie in de Nederlandse samenleving.

Dankzij deelname aan onderwijs en arbeidsmarkttrajecten hebben de vluchtelingen zich kunnen ontplooien. Ze hebben meer inzicht verkregen in het aanbod van opleidingsmogelijkheden en zijn gestimuleerd om gebruik te maken van hun eigen capaciteiten. Zo voelen deelneemsters aan de cursussen persoonlijke vorming in de Friese Wouden zich dankzij een uitgebreide oriëntatie op diverse aspecten van de Nederlandse samenleving, meer op hun gemak. Door bezoek aan en voorlichting over instanties als het arbeidsbureau, de GGD en het lokale welzijnswerk kunnen zij hun weg in de eigen gemeente beter vinden en is de drempel om bij maatschappelijke instanties aan te kloppen ook verlaagd. In zowel Delft als de Friese Wouden zijn deelnemende vluchtelingen op de hoogte gebracht van, en soms ook in contact gebracht met, allerhande instellingen op het terrein van (geestelijke) gezondheidszorg. Men heeft inzicht verkregen in positie en houding van de Nederlandse huisartsen die vaak een andere is dan die van het land van herkomst. Kortom men kan zich door voorlichting en introductie op diverse deelterreinen beter handhaven in het maatschappelijk verkeer.

Naast versterking van de netwerken die nodig zijn voor maatschappelijke participatie, zijn dankzij deelname aan de activiteiten en opname in verenigingen en organisaties vanzelfsprekend ook de persoonlijke contacten met zowel andere vluchtelingen als Nederlanders toegenomen en geïntensiveerd. Men bouwt een kennissenkring op en er ontstaan nieuwe vriendschappen. Toch ook geen onbelangrijk aspect van het leven!

Aanbevelingen
Het project 'Netwerken voor de integratie van Vluchtelingen' heeft inzicht gegeven in de mogelijkheden tot het ontwikkelen van een samenhangend integratiebeleid met als uitgangspunt van dat beleid de specifieke uitgangspositie en behoefte van vluchtelingen. Aangezien er weinig ervaringen zijn met voorgaande projecten met eenzelfde doel en opzet, heeft het project voor de deelnemende gemeenten en organisaties met name ook gefungeerd als leerproces. Hieruit zijn enkele aanbevelingen te destilleren voor de toekomst.

Een eerste aanbeveling betreft de bevordering van de netwerkontwikkeling en participatie van vluchtelingen op lokaal niveau. In het project is al gebleken dat juist voor dit onderdeel geldt dat dit niet op korte termijn volledig te realiseren is. Wel kunnen met name lokale overheden het integratieproces bevorderen door het creëren van activiteiten en voorzieningen die de mogelijkheden tot participatie en ontmoeting vergroten. Dit kan zowel binnen de reeds aanwezige lokale organisatie- en verenigingsstructuren bevorderd worden als via het bieden van eigen faciliteiten voor zelforganisatie van vluchtelingen. Het maatschappelijk draagvlak voor integratie kan hiermee worden vergroot. Integratie is en blijft echter een kwestie van een lange adem en het is daarom niet realistisch om in een relatief kort tijdsbestek hoge ambities te koesteren ten aanzien van een volledige maatschappelijke participatie en integratie van vluchtelingen.

Ten tweede kan uit dit project geleerd worden dat voor een volledige methodiekontwikkeling van een samenhangende aanpak voor integratie, twee pilots met een relatief korte tijdsduur niet voldoende zijn. Om de werkwijzen die in Delft en de Regio Friese Wouden zijn gehanteerd uit te werken en te verbeteren is het wenselijk dat er op andere, locaties ook projecten gestart worden waarin een samenhangende aanpak van het integratiebeleid wordt beoogd. Op deze wijze kan een methodiek ontwikkeld worden.

Tot slot kan, voor een optimale netwerkontwikkeling, overwogen worden om een andere (of aanvullende) invulling te geven aan het landelijk netwerk (in dit project de stuurgroep). Door de inhoud meer centraal te stellen kan er creativiteit en deskundigheid aangeboord worden. Dit kan worden vormgegeven door het organiseren van meer thematische bijeenkomsten. Hierbij kunnen, afhankelijk van het beleidsonderdeel, specifieke deskundigen en potentiële lokale en landelijke samenwerkingspartners worden uitgenodigd. Dit creëert draagvlak en betrokkenheid om te komen tot een gezamenlijke aanpak. Bovendien is het betrekken van relevante organisaties ook strategisch van belang voor de uiteindelijke overdracht en overname van beleidsaanbevelingen. Op het terrein van werk kan bij organisatie van een themabijeenkomst bijvoorbeeld gedacht worden aan instanties als arbeidsvoorziening, uitvoeringsinstellingen, enkele sociale diensten, vertegenwoordigers van relevante ministeries, werkgeversorganisaties en dergelijke. Bij gezondheid kan men denken aan vertegenwoordigers van enkele GGD's, het RIAGG, de landelijke huisartsenvereniging enzovoort. Door op deelterreinen al tijdens het project meer deskundigheid aan te boren en intervisie momenten in te bouwen, kunnen tussentijds aanpassingen en verbeteringen van de gevolgde werkwijze plaatsvinden en is er een grote commitment van organisaties die invloed hebben op een samenhangend integratiebeleid .

Publicaties
Vanwege het project kunnen de volgende publicaties worden besteld:

  • Werkwijze, conclusies en aanbevelingen, VluchtelingenWerk Nederland, april 1999, 6,75 euro excl. verzendkosten;
  • Over de kloof…, VluchtelingenWerk Nederland, augustus 1998, 4,50 euro excl. verzendkosten. Een kwalitatief onderzoek naar de ervaringen van vluchtelingen met de Nederlandse gezondheidszorg in de stad en op het platteland.

Beide publicaties kunnen worden besteld bij VluchtelingenWerk Nederland, Postbus 2894, 1000 CW Amsterdam, 020 - 34 67 200.

Informatie over het project:

  • Algemeen: Henk Nijhuis, VluchtelingenWerk Nederland, Landelijk Bureau, tel. 020 - 34 67 200.
  • Delft:
    Carry Roozemond, Bureau Informatie en Nieuwkomers Delft, Westvest 41, 2611 AZ Delft, 015 - 2130939
    En: Stichting VluchtelingenWerk Delft, Oude Delft 145, 2611 HA Delft, tel. 015 - 214 79 22.
  • Regio de Friese Wouden:
    Ko Serier, gemeente Achtkarspelen, Postbus 100, 9285 ZX Buitenpost, tel. 0511 - 54 82 43.

InburgerNet werd mogelijk gemaakt door het ministerie van Justitie.
Iedere hoofdpagina van Inburgering in traject wordt gevolgd door achtergrond- pagina's en voorbeeld- pagina's. Deze pagina's worden regelmatig aangevuld en uitgebreid aan de hand van de ontwikkelingen in het beleid.