
Het traject is een stapsgewijze
informatiebron over alle onderdelen van inburgering. Daarbij is er
voor gekozen om niet alleen het directe traject van inburgering te
volgen maar ook aandacht te besteden aan de voorgeschiedenis en aan
het vervolg.
Verder:
Maatschappij
Oriëntatie |
Portfoliomethodiek
Bij beroepenoriëntatie wordt gebruik
gemaakt van de portfoliomethodiek (Bom, Klarus & Nieskens, 1997).
Volgens deze methode komt de nieuwkomer onder begeleiding tot een
persoonlijk actieplan. Dit proces verloopt gestructureerd, procesmatig
en volgt een aantal stappen. Gedurende het proces worden (bewijzen
van) kennis en vaardigheden in een zogenaamde portfolio vastgelegd. Zo
nodig bevat de portfolio plannen om de kennis of vaardigheden te
vergroten. Deze methode bestaat uit zes stappen, maar in de praktijk
zal de nadruk bij beroepenoriëntatie op de eerste twee stappen liggen.
Tijdens een inburgeringsprogramma is er vaak niet voldoende tijd om de
overige stappen te doorlopen. De stappen drie tot en met zes kunnen in
een vervolgtraject worden doorlopen. Stap drie en vier kunnen worden
overgeslagen als de benodigde informatie in eerdere fasen verkregen
is.
Stap 1: Inventariseren en
ordenen van ervaringen
In deze fase inventariseren nieuwkomers hun werk- en leerervaringen
aan de hand van persoonlijke begeleiding, instructies en
standaardformulieren. De inventarisatie wordt zoveel mogelijk
zelfstandig door de deelnemer uitgevoerd. Zo nodig kan de hulp van de
begeleider worden ingeschakeld. De inventarisatie is zeer uitgebreid,
ook ervaringen met vrijwilligerswerk, hobby's en thuiswerk zijn
relevant. Deelnemers noteren de opleidingen, het aantal jaren en de
gevolgde vakken. Ook de taken die de nieuwkomer op de arbeidsplaats
vervulde, worden vastgelegd. Op deze manier ontstaat een dossier in
CV-vorm. Directe bewijzen die al beschikbaar zijn, worden in deze fase
aan het dossier toegevoegd; diploma's of certificaten waaraan een
zogenaamde Internationale Diplomawaardering (IDW) is toegekend. Tot
slot van deze fase worden alle ervaringen geordend.
Stap 2:Kiezen van relevante
ervaringen
In deze tweede fase kiest de nieuwkomer met welke ervaringen hij aan
de slag gaat. Er wordt vastgesteld welke keuzen mogelijk zijn met
betrekking tot arbeidsgebieden en werksoorten. Hierbij wordt rekening
gehouden met persoonlijkheid, mogelijkheden op de (regionale)
arbeidsmarkt, en in- en uitstroom mogelijkheden in opleidingen en de
waarde die de nieuwkomer aan werk en opleiding hecht.
Voor nieuwkomers die al een keuze
hebben gemaakt, bestaat deze stap uit het beoordelen van de
haalbaarheid van de wensen en het vergelijken van het beeld dat
nieuwkomers van een beroep hebben, met de werkelijke situatie in
Nederland. Als blijkt dat een andere keuze moet worden gemaakt, wordt
hetzelfde proces doorlopen als nieuwkomers die nog geen keuze hebben
gemaakt. Dit proces ziet er als volgt uit:
- oriëntatie
- voorlopige keuze
- nagaan van consequenties van de
keuze
- feedback van de begeleider
- definitieve keuze/zelfde proces
voor andere optie
In de oriëntatiefase wordt informatie
verzameld over de arbeidsmarkt in relatie tot de persoonlijkheid.
Belangrijk is dat de nieuwkomer zoveel mogelijk betrokken wordt bij
het verzamelen van informatie. Dit blijkt een voorwaarde voor een
actieplan waarvoor de nieuwkomer gemotiveerd is. De informatie in de
tweede fase kan worden verzameld door:
- gerichte opdrachten in
oriënterende assessment
- snuffelstage
- zelfstandig zoeken informatie over
beroepen en opleidingen in open leercentrum of keuzewerkplaats
- buitenschoolse opdrachten
- beroepskeuze en/of
capaciteitentest (gericht op allochtonen)
Het is mogelijk dat de nieuwkomer in
deze fase nog geen keuze kan maken. De nieuwkomer moet dan verder gaan
met stap zes: het vaststellen van een persoonlijk actieplan en in zijn
actieplan een oriëntatie op de mogelijkheden van de Nederlandse
arbeidsmarkt opnemen.
Stap 3: Expliciteren van
ervaringen in termen van competenties
Deze stap is met name van belang als een nieuwkomer veel kennis en
vaardigheden, maar geen directe bewijzen daarvan bezit. In deze fase
analyseert de nieuwkomer zijn ervaringen in relatie tot de situatie,
werkzaamheden, taken en de kwaliteit van de uitvoering. Hiervoor
krijgt de nieuwkomer van de begeleider een aantal mogelijke
kwalificaties aangereikt op basis van kennis, vaardigheden en houding.
Bijvoorbeeld op basis van theoretische vakkennis, vaktechnische
vaardigheden of zelfstandigheid van de deelnemer.
Stap 4: Vergelijken met de
kwalificatiestructuur
Ook deze stap is met name van belang als een nieuwkomer veel kennis en
vaardigheden, maar geen directe bewijzen daarvan bezit. In deze fase
worden de competenties die in de vorige fase zijn vastgesteld
vergeleken met vereiste competenties uit de kwalificatiestructuur voor
educatie en beroepsonderwijs, of eventueel functie-eisen. Deze
vergelijking kan in een criteriumgericht interview worden gemaakt. Dit
is een vraaggesprek waarbij aan de hand van een checklist met criteria
vergelijkingen worden gemaakt tussen de vereiste competenties aan het
einde van een traject en de eigen competenties. De voorkeur gaat uit
naar een vergelijking met eindetermen voor onderwijs omdat
functie-eisen specifieker en minder flexibel zijn.
Stap 5: Bewijzen zoeken
Bewijzen van ervaringen die niet onmiddellijk beschikbaar zijn, worden
in deze fase verzameld. Hiervoor worden diploma's internationaal
gewaardeerd of worden officiële certificaten verzameld. Wanneer
dergelijke directe bewijzen niet beschikbaar zijn, wordt gezocht naar
indirecte bewijzen, zoals referenties van werkgevers en
getuigschriften. Het is mogelijk dat bewijzen niet beschikbaar zijn in
het land van herkomst. Zo nodig kunnen nieuwkomers een test afleggen,
opdrachten of een stage uitvoeren of deelnemen aan een assessment.
Soms is een formele erkenning van competenties te verkrijgen via een
zogenaamde EVK-procedure (Elders Verworven Kwalificaties). Deze
erkenning is te verkrijgen voor competenties die buiten een reguliere
opleiding zijn verworven. EVK is relatief nieuw en daarom nog niet
beschikbaar voor alle bedrijfstakken.
Stap 6: Opstellen persoonlijk
actieplan
Hoewel deze stap officieel de zesde stap is, kan ze plaatsvinden na
elke andere stap, zodra het einde van het inburgeringsprogramma
nadert. In een persoonlijk actieplan omschrijft de nieuwkomer de
stappen die hij gaat nemen om zijn doel te bereiken. Mogelijke stappen
zijn: opleiding, bredere oriëntatie op de mogelijkheden op de
arbeidsmarkt, opdoen van werkervaring of het starten van een
EVK-procedure. Dit actieplan wordt besproken in een eindgesprek voor
beroepenoriëntatie. Daarnaast geeft het de Arbeidsvoorziening
informatie. |
Iedere
hoofdpagina van
Inburgering in traject
wordt gevolgd door achtergrond- pagina's en voorbeeld- pagina's.
Deze pagina's worden regelmatig aangevuld en uitgebreid aan de hand
van de ontwikkelingen in het beleid.
|