is gestopt en geeft nu de geschiedenis van inburgering
NIEUWS | VRAGEN | SITEMAP | WAT WAS NIEUW | AGENDA | SERVICE | DISCUSSIE

Het traject is een stapsgewijze informatiebron over alle onderdelen van inburgering. Daarbij is er voor gekozen om niet alleen het directe traject van inburgering te volgen maar ook aandacht te besteden aan de voorgeschiedenis en aan het vervolg.

Landelijk Museumproject NT2

Verslag van het Museumproject voor Nederlands als Tweede Taal (NT2)1999-2001

Doel
Het landelijke museumproject voor NT2 is opgezet door Interculturele Programma's (IP, voorheen IMP, Interculturele Museale Programma's) van de Nederlandse Museumvereniging (NMV). Met dit project wil IP de nieuwe doelgroep inburgeraars en andere nieuwkomers kennis laten maken met Nederlandse musea, cultuur en geschiedenis. Het doel is een werkwijze te ontwikkelen die makkelijk inzetbaar is in verschillende soorten musea. Een dergelijke houvast blijkt nodig te zijn, omdat musea relatief weinig bekend zijn met de doelgroep.

Geschiedenis
Voorafgaand aan het project heeft IP een inventarisatie gemaakt van musea die al projecten voor de doelgroep hadden ontwikkeld. Dit bleken voornamelijk sporadische en incidentele initiatieven die continuiteit misten, omdat ze ontwikkeld waren door stagiaires of projectmedewerkers. Tijdens deze incidentele projecten hadden meerdere musea al uit eigen beweging contact gelegd met de Regionale OpleidingsCentra (ROC's), waar de nieuwkomers de Nederlandse les volgen. In het algemeen waren de ervaringen goed. Interesse voor verdere samenwerking was bij de musea duidelijk aanwezig.

In februari 1999 vond de eerste rondetafelbijeenkomst plaats met deelnemers uit musea, het onderwijs in NT2 en beleidsmakers uit organisaties als het Centrum voor Multiculturele Ontwikkeling, FORUM, en het Centrum voor Innovatie van Opleidingen, CINOP. Op advies van de rondetafel besloot IP een pilotproject te starten met twee musea en twee ROC's onder begeleiding van een deskundige klankbordgroep. Aanbevolen werd ook direct aansluiting te zoeken bij de einddoelen en leermethodes van het inburgeringsonderwijs om zo het museumprogramma tot een onderdeel van de NT2-lessen te maken.

Voorafgaand aan de projectontwikkeling heeft IMP een honderdtal NT2-studenten en ongeveer tien docenten bevraagd over hun wensen voor een museumbezoek. Het resultaat is meegenomen in de beslissing over de werkwijze en het thema. Vele cursisten zeiden drempelvrees te hebben voor individueel museumbezoek, maar ze stonden daarentegen positief tegenover een begeleid bezoek. Ook docenten legden steeds nadruk op het belang van een adequate begeleiding vanuit het museum.

Algemene uitgangspunten
Het project wil nieuwkomers aanknopingspunten bieden met hun eigen achtergronden, zodat zij zich beter kunnen herkennen in hun nieuwe woon- en leefomgeving. De werkwijze is intercultureel en interactief. Mondelinge uitwisseling van ervaringen en gedachten is in het project belangrijker dan kennisoverdracht en schriftelijke oefeningen. Het achterliggende idee is dat de deelnemers musea en het Nederlandse culturele erfgoed zich beter eigen kunnen maken als hun eigen bevindingen, ideeën en emoties plaats krijgen. Van musea wordt gevraagd dat ze voldoend herkenningspunten aan de nieuwkomers kunnen bieden door culturele interacties zichtbaar te maken.

De proeffase: twee museumprogramma's en een algemene inleiding
De proeffase is uitgevoerd door het Amsterdams Historisch Museum met het ROC van Amsterdam en het Zaans Museum met het ROC Regio College in Zaanstreek-Waterland. Beide musea waren al eerder begonnen met het ontwikkelen van materiaal voor NT2-groepen.

Het lespakket van elk museum bestaat uit drie delen: een inleidende les, het museumbezoek en een nabesprekingsles op school. De inleidende les bestaat uit een algemeen deel en vier keuzeonderdelen. De onderwerpen sluiten aan bij het dagelijkse leven (bijvoorbeeld 'wonen') en maken gebruik van kunstwerken en voorwerpen uit verschillende museumcollecties. Als aanvulling op de de inleidende les heeft IP een korte video gemaakt over musea in Nederland.

Voor het museumspecifieke deel werd gekozen voor een overkoepelend thema, waarbinnen elk museum zijn eigen onderwerp kan kiezen, aansluitend bij de eigen collectie en de omgeving of regio. Het algemene thema is 'geschiedenis van de eigen omgeving, hier en daar, vroeger en nu.' De bijdrage van nieuwkomers aan de Nederlandse samenleving en cultuur krijgt daarbinnen een nadrukkelijke plaats.

Het Amsterdams Historisch Museum richtte zich op handel in de stad vroeger en nu. Centraal in het programma staat de actieve rol die migranten door de eeuwen heen in de stad hebben gespeeld als kooplui en winkeliers. Het programma van het Zaans Museum gaat over werken in Zaanstad. Daarbij ligt de nadruk op de tijd van industralisatie, toen veel werkmigranten de regio introkken.

Het museumbezoek is een interactief programma met een rondleiding en opdrachten in kleine groepen. De samenstelling van het programma hangt af van de opbouw van het museum: in het Amsterdams Historisch Museum was een gezamenlijke rondleiding door het labyrintachtige gebouw een aanbeveling, terwijl de cursisten in het Zaans Museum het beste in kleine groepjes konden werken. De nabesprekingsles is bedoeld voor uitwerken van de museumopdrachten en uitwisselen van ervaringen.

Ervaringen uit de proeffase
De proeffase heeft het belang van een vrije aanpak en goede, stimulerende voorbeelden bewezen. In de loop van het project blijkt steeds duidelijker hoe zelfs één voorbeeld de cursisten kan verleiden tot het vertellen van een heel levensverhaal. De sterkste aanbeveling uit deze projectfase is dat musea goed naar de cursisten moeten luisteren. Docenten en museummedewerkers denken vaak vanuit hun eigen positie en de belangen van een school of een museum. Daardoor krijgen de cursisten te weinig ruimte voor eigen inbreng.

De tweede fase: zes musea en ROC's
In de tweede fase hebben zes musea een eigen museumprogramma ontwikkeld volgens het werkstramien van de proeffase. Ook nu werkten museummedewerkers nauw samen met NT2-docenten. In hun eigen programma kozen de zes musea deels voor een collectiespecifieke benadering (Fries Museum, Maritiem Museum Rotterdam, Museum Catharijneconvent), deels voor de inleving van de nieuwkomers in de stad of regio (Historisch Museum Rotterdam, Dordrechts Museum, Bijbels Openluchtmuseum). De zes museumprogramma's zijn:

  • Fries Museum: 'Binnestebuiten - interieur in Friesland' over de Hindelooper stijlkamers;
  • Maritiem Museum Rotterdam: 'Rotterdam, stad in de wereld, wereld in de stad' over Rotterdam als havenstad;
  • Museum Catharijneconvent: 'Feesten en rituelen in Nederland';
  • Historisch Museum Rotterdam: 'Een 'echte' Rotterdammer' over Rotterdam als multiculturele stad;
  • Dordrechts Museum: 'De stad waar ik woon, vroeger en nu' over Dordrecht als eigen leefomgeving van de cursisten; en
  • Bijbels Openluchtmuseum: 'Ontdek je plek' over het begrip 'ergens thuis voelen', als voorbeeld de stad Nijmegen.

Enkele opmerkingen over de werkwijze in de tweede fase
Het valt niet mee om twaalf mensen uit verschillende hoeken van het land bij elkaar te krijgen. Uit respect voor de drukke agenda's zijn de deelnemende musea en ROC's in totaal drie keer bij elkaar geweest: in het begin, na de eerste opzet van de museumprogramma's en na de eerste proeflessen. De gemeenschappelijke bijeenkomsten vonden plaats in Amsterdam. Ze boden de deelnemers de gelegenheid om informatie en ideeën met elkaar uit te wisselen en het eigen programma aan anderen te presenteren.

In de tussentijden zijn de zes werkgroepen - museummedewerker, docent en medewerker van IP - regelmatig bij elkaar geweest. IP had steeds een begeleidende rol. De museummedewerker en de NT2-docent hebben naar eigen inzicht een werkverdeling gemaakt. In de taakverdeling komen grote verschillen voor. In het ene museum heeft de museummedewerker bijna alles gedaan, in een ander museum nam de docent nagenoeg de hele ontwikkeling over.

De lesmap: implementatie en gebruik
De map werd gratis verspreid aan musea, erfgoedinstellingen en ROC-locaties met een of meer NT2-klassen. De verspreiding werd verzorgd door de NMV, deels met behulp van het adressenboek van de BVE-sector en een oproep aan opleidingscoördinatoren, deels middels aankondigingen en artikelen in vakbladen en museale periodieken zoals Museumvisie en Museumberichten.

Het eerste deel van de lesmap werd gepubliceerd op 30 november 2000 in het Amsterdams Historisch Museum. De bijeenkomst - getiteld 'Blind Date' - bood museummedewerkers en ROC-docenten gelegenheid voor kennismaking. Daarvoor heeft IP 'dates' samengesteld van museummedewerkers en docenten. Enkelen van hen zijn begonnen met een eigen projectontwikkeling.

De publicatie van het tweede deel van de lesmap op 19 september 2001 in het Museum Catharijneconvent werd vooral een doorwrochte presentatie van de zes nieuwe museumprogramma's. Daarnaast las filmmaker en schrijver Haval Amin twee verhalen en ging docent NT2 Geert van de Ven nader in op het 'onverwachte' en de verbeelding in het NT2-onderwijs.

IP volgt de voortgang met de implementatie en houdt regelmatig contact met musea die begonnen zijn aan een eigen NT2-project. Individueel advies wordt op aanvraag gegeven. Voor verdere stimulering van musea en andere erfgoedinstellingen organiseert IP studiedagen en bijeenkomsten.

Achtergrond
Interculturele Museale Programma's werd in 1997 opgericht om de culturele diversiteit in musea te bevorderen. In samenwerking met musea en het onderwijs ontwikkelde IMP twee educatieve projecten: het Landelijk Museumproject voor Nederlands als Tweede Taal (NT2) en Interculturele Museale Leerroutes. Daarnaast activeerde en adviseerde IMP musea om intercultureel te verzamelen, veelzijdig te presenteren, en samen te werken met migranten.

Meer informatie: dstam@museumvereniging.nl

InburgerNet werd mogelijk gemaakt door het ministerie van Justitie.
Iedere hoofdpagina van Inburgering in traject wordt gevolgd door achtergrondpagina's en voorbeeldpagina's. Deze pagina's worden regelmatig aangevuld en uitgebreid aan de hand van de ontwikkelingen in het beleid.