|


|
|
Gemeenten spreken zich uit over educatieaanbod
nieuwkomers
Leervragen nieuwkomers meer centraal stellen
Door: Anne-Marie Speijers, Anne-Marie Speijers is beleidsmedewerker Onderwijs en Arbeid bij FORUM, instituut voor multiculturele ontwikkeling
Het maatwerk in het educatieaanbod
aan nieuwkomers is nogal standaard. Dat is de mening van zeven gemeenten, die geïnterviewd zijn over
het maatwerkgehalte van het educatieprogramma nieuwkomers. Forum wilde het fijne weten vanwege aanhoudend gemopper onder gemeenten over het
gebrek aan maatwerk, terwijl dat het belangrijkste uitgangspunt is van de Wet Inburgering Nieuwkomers. Enkele uitkomsten van het onderzoekje
waarmee ROC’s hun voordeel kunnen doen.
De discussie over maatwerk is een lastige, zo ervaren de geïnterviewde hoofden van gemeentelijke bureaus nieuwkomers. Het ROC werkt heel
aanbodgericht en is nogal in zichzelf gekeerd, is de overheersende mening. Het lukt ze maar niet helder inzicht te geven in de geboden
leertrajecten, laat staan in welke trajecten mogelijk zijn. Voor de helderheid is bij het afnemen van de interviews uitgegaan van de
definitie: de inhoud en de organisatie van het educatieprogramma moet zo flexibel zijn dat aan leerwensen van bijzondere doelgroepen en van
individuele nieuwkomers tegemoet gekomen kan worden.
Binnen de inburgeringsprogramma's doen zich twee 'bijzondere doelgroepen' voor: analfabeten en werkenden. Voor analfabeten was het in
verschillende gemeenten moeilijk om (op tijd) een intensief aanbod te starten. Pas bij voldoende aanmeldingen kan een groep gestart worden.
Geen enkele gesprekspartner was op de hoogte van het bestaan van individuele programma's, al of niet docentonafhankelijk, voor analfabeten.
Lessen in de avonduren voor analfabeten die ook nog werken, komen sporadisch voor. Ook hier geldt de macht van het getal, i.c.
groepsgrootte.
Een van de gemeenteambtenaren formuleerde het als volgt: 'Condities van de groepsgrootte zijn bepalend en niet de leervragen van nieuwkomers
zelf.'
Docentonafhankelijk
Nu de vraag op de arbeidsmarkt aantrekt, stromen steeds meer nieuwkomers, vooral laagopgeleiden, tijdens het inburgeringstraject uit naar
werk. Over het algemeen zijn de gemeenteambtenaren niet tevreden over de mogelijkheid het aanbod voor werkende nieuwkomers passend te maken.
Er bestaan wel lessen in de avonduren of in het weekend, maar deze lessen worden slecht bezocht en vormen lang niet altijd een acceptabel
programma.
Een beproefd middel om maatwerk te realiseren is het vergroten van de docentonafhankelijkheid van het lesaanbod. Zes van de zeven betrokken
ROC’s beschikken over een open leercentrum (OLC), waar de cursist een deel van de lesstof individueel kan verwerken. Helaas is die optie
niet voor alle nieuwkomers weggelegd. In een middelgrote gemeente is het OLC nog niet ingepast in de lessen voor nieuwkomers. In een andere
gemeente is het bureauhoofd niet op de hoogte of het OLC ook in het programma voor nieuwkomers gebruikt wordt. In twee gemeenten wordt veel
gebruik gemaakt van het OLC en in de overige drie gemeenten zijn de mogelijkheden van zelfstandig studeren in een OLC, volgens de
geïnterviewden, te beperkt of niet efficiënt. Enkele reacties: 'Men biedt alleen programma’s voor hoogopgeleiden aan'. 'Het is niet echt
ingepast in het lesprogramma. En dat lijkt me weinig efficiënt.' 'Het OLC is maar een paar avonden in de week open en helaas niet in het
weekend. Juist wanneer werkende nieuwkomers wat meer tijd hebben.'
De meeste bureaus nieuwkomers willen dat hun cliënten zo snel mogelijk aan het werk gaan en dat ze zelfstandig kunnen functioneren. Steeds
meer nieuwkomers, zeker vluchtelingen die meerdere jaren in een asielzoekerscentrum hebben doorgebracht, starten een inburgeringsprogramma
met een redelijke taalvaardigheid Nederlands, een min of meer relevante werkervaring en een duidelijke beroepswens. In de ogen van de
gemeenteambtenaren is het dan ook ronduit teleurstellend dat de ROC’s er niet in slagen maatwerkprogramma's voor deze nieuwkomers te
leveren. Men doelt dan op korte trajecten, gericht op een snelle uitstroom naar de arbeidsmarkt of eventueel naar een beroepsopleiding.
Trajecten die bijvoorbeeld ook al tijdens de inburgeringsperiode taalleren combineren met (modules uit) een beroepsopleiding of met
toeleiding naar de arbeidsmarkt.
Dergelijke trajecten komen binnen een ROC eigenlijk alleen maar voor binnen het profiel Educatieve Redzaamheid. Daarin werkt de afdeling
educatie samen met het vavo om voor hoogopgeleide nieuwkomers schakeltrajecten naar vervolgopleidingen op MBO+niveau te realiseren. Slechts
in één gemeente richt een ROC maatwerk op uitstroom naar arbeid of beroepsonderwijs.
De meeste bureaus nieuwkomers hebben dan ook buiten de ROC’s gezocht naar mogelijkheden om korte maatwerktrajecten voor groepen of
individuele nieuwkomers aan te bieden. Zij werken zeer tot hun tevredenheid samen met Centra voor Beroepsoriëntatie en Beroepsoefening (CBB's),
Centra Vakopleiding en andere lokale voorzieningen die met behulp van het arbeidsbureau opgezet zijn.
Eén gemeente heeft vergaande plannen om te anticiperen op de steeds groter wordende uitstroom naar werk door laagopgeleiden. Men wil samen
met enkele bedrijven in de regio, die vaak ongeschoold personeel nodig hebben, leerwerktrajecten opzetten, waarbij taalleren deels gericht
is op de taal van de werkvloer en waarin nieuwkomers tijdens het leertraject voorbereid worden op de instroom in die bedrijven. Gaat de
nieuwkomer aan het werk, dan volgt het bureau nieuwkomers hem nog enige tijd en biedt het ROC taalondersteuning, eventueel gecombineerd met
een beroepsopleiding via de beroepsbegeleidende leerweg of modules daaruit.
Verplichte onderdelen
Over het algemeen is het inburgeringsprogramma beperkt tot de drie verplichte inburgeringsvakken Nederlands als tweede taal (NT2),
maatschappijoriëntatie (MO) en beroepenoriëntatie (BO).
Voor het onderdeel NT2 geven ROC’s maatwerk vooral vorm door middel van groepsdifferentiatie naar opleidingsniveau (analfabeten,
laagopgeleiden en hoogopgeleiden). De algemene indeling naar opleidingsniveau konden de gemeenten nog wel begrijpen. Maar bij sommige ROC's zijn de leertrajecten zo ver doorgedifferentieerd dat het voor buitenstaanders erg ingewikkeld is om inzicht
in de afzonderlijke trajecten te krijgen.
Wat betreft maatschappijoriëntatie (MO) is het opmerkelijk dat in twee van de zeven gemeenten de zeggenschap over deelname aan MO
weggehaald is bij het ROC. Daar beslissen de trajectbegeleiders van de gemeenten wanneer de nieuwkomer met MO-lessen start. Deels is dit een
logistieke beslissing (zijn er voldoende Turks sprekende nieuwkomers voor een nieuwe MO-groep Turks), maar ook het oordeel van de
trajectbegeleider of de nieuwkomer aan MO 'toe' is, speelt een rol. Eén gemeente ontwikkelde uit ontevredenheid over de inhoud van MO een
aanvullend aanbod, gericht op kennismaking met de directe leefomgeving en toepassing en uitbreiding van de MO-informatie.
Beroepenoriëntatie (BO) mag dan een verplicht onderdeel van het inburgeringsprogramma zijn, slechts in drie gemeenten was sprake van een
aanbod op dit punt. Eén ROC heeft een aardige differentiatie weten te realiseren op 3 niveaus: een A-traject voor mensen die nog geen enkel
zicht hebben op hun wensen en mogelijkheden t.a.v. werk. Een B-traject voor nieuwkomers die zich nader willen oriënteren binnen een
bepaalde branche. En een C-traject voor nieuwkomers die al een keuze hebben gemaakt en stage lopen om hun keuze verder te verkennen. In een
andere gemeente werkt de NT2-docent voor dit onderdeel samen met het Arbeidsbureau. In de derde gemeente is sprake van een algemeen
oriënterend aanbod op de persoonlijke mogelijkheden en werken in Nederland.
Begeleiding
Begeleiding maakt een wezenlijk onderdeel uit van het inburgeringsprogramma. Het bureau nieuwkomers doet aan trajectbegeleiding en het ROC
neemt de cursistenbegeleiding op zich.De meningen over de cursistenbegeleiding in relatie tot de trajectbegeleiding liepen sterk uiteen.
Hoe groter de afstand van het bureau nieuwkomers tot de nieuwkomer persoonlijk, hoe tevredener men is met de bemoeienis van de
cursistbegeleider. In twee van de zeven gemeenten, bijvoorbeeld, heeft de trajectbegeleiding een formeel karakter en is meer gericht op het
regisseren van het traject en het volgen van de nieuwkomer op afstand. ‘De nieuwkomer ziet de trajectbegeleider als exponent van de
overheid. De cursistbegeleider is bij ons dan ook zijn eerste contactpersoon, zijn vertrouwenspersoon ook.’ In één gemeente ontbreekt
trajectbegeleiding vanuit de gemeente en is de cursistenbegeleiding neergelegd bij het ROC en de maatschappelijke begeleiding bij
Vluchtelingenwerk.
Wordt de taak van de trajectbegeleider daarentegen, persoonlijk, zeer dicht op de nieuwkomer ingevuld, dan is men over het algemeen van
mening dat de taken van de trajectbegeleider en de cursistbegeleider zich te weinig onderscheiden. Deze manier van werken kennen de overige
vier gemeenten. ‘De cursistbegeleider moet zich meer richten op de begeleiding van het leerproces, de vorderingen met de nieuwkomer
bespreken en samen met hem achterhalen waar de blokkades zitten. Wij bespreken met de nieuwkomer zijn inburgeringstraject en de
vervolgstappen (naar de arbeidsmarkt)’, zegt een van de geïnterviewden. ‘Wij houden de regie. Wij zijn hoofdverantwoordelijk.'
Over het algemeen is men van mening dat cursistbegeleiding een meerwaarde heeft. ‘De begeleider op het ROC ziet de nieuwkomer vaker. Zo
ontstaat makkelijk een persoonlijke band. Op het ROC hier heeft men een goed systeem van mentoren en cursistcoördinatoren. De communicatie
tussen ons en het ROC loopt wat dat betreft goed', liet een ambtenaar weten.
Suggesties
Op de vraag naar suggesties om het maatwerkgehalte van het educatieprogramma voor nieuwkomers te verhogen uiten de geïnterviewden vaak de
wens de mogelijkheden voor docentonafhankelijk leren verder te ontwikkelen en uit te breiden. Daarnaast moeten ROC’s veel meer dan nu
werken aan onderwijstrajecten die combinaties van taalleren en leren voor een beroep mogelijk maken. Het consequenter inzetten van stages
tijdens het inburgeringsprogramma is een andere wens. Stages noemen de gemeenteambtenaren hét middel om de samenleving, de beroepspraktijk
en de eigen mogelijkheden van de nieuwkomer concreet te verkennen.
ROC’s kunnen hun voordeel doen met deze informatie. Het is belangrijk dat er helder en inzichtelijk gecommuniceerd wordt over de
leertrajecten en de mogelijkheden en onmogelijkheden die het ROC op dat moment kan bieden. ROC's kunnen veel beter hun grootschaligheid van
educatie, beroepsonderwijs en de mogelijkheid van contractactiviteiten benutten.
Zij zullen met name moeten denken aan het ontwikkelen van korte, geïntegreerde scholingstrajecten van taal- en leren voor een beroep. Wat
binnen een Centrum Vakopleiding kan, moet in principe ook binnen een ROC te realiseren zijn.
Noot
In het land zullen ongetwijfeld voorbeelden zijn van goede maatwerktrajecten. Ook voor nieuwkomers. FORUM hoopt op veel reacties op dit
artikel. Het is de bedoeling om volgend jaar een good-practice-gids 'Maatwerk nieuwkomers' op de markt te brengen. Voor meer informatie:
FORUM, Anne Marie Speijers, tel: 030-2974321
|