
Inhoudelijke oriëntatie Onderwijsprogramma
Het onderwijsprogramma is voor inburgeraars, nieuwkomers en
oudkomers, een belangrijk onderdeel van hun inburgeringstraject, zoals
dat op basis van de WIN en de educatie voor oudkomers wordt
aangeboden.
Voor nieuwkomers vormt het onderwijsprogramma (educatief programma)
samen met de maatschappelijke begeleiding het inburgeringsprogramma.
Daarnaast kennen we de trajectbegeleiding. Voor nieuwkomers bestaat
het onderwijsprogramma conform de WIN uit:
- een opleiding NT2,
- een opleiding beroepenoriëntatie
- een opleiding gericht op breed maatschappelijk functioneren
- een toets
Voor oudkomers ligt het onderwijsprogramma niet vast in wetgeving.
Momenteel ligt de nadruk vaak op NT2-onderwijs.
Knelpunten
De laatste tijd zijn er diverse signalen dat de verwachtingen die
er leven ten aanzien van de effectiviteit van het onderwijsprogramma
niet waar worden gemaakt. In de publiciteit komen we diverse
knelpunten tegen. We noemen er een aantal.
- De uitval uit programma's is groot en oorzaken worden onder
andere gezocht in het ontbreken van flexibiliteit en maatwerk in
programma's.
- Oudkomers die bij herhaling deelnemen aan een vergelijkbaar
onderwijsprogramma en de gewenste doelen niet realiseren.
- Tegenvallend rendement van WIN programma's, waarbij het beperkte
aantal beschikbare uren als een van de oorzaken wordt genoemd.
- Verwachtingen over verhoging van het taalniveau middels het
onderwijsprogramma die niet waar gemaakt worden.
- Onderwijsprogramma's die niet toegesneden zijn op specifieke
doelgroepen zoals hoger opgeleiden of inburgeraars die een duidelijk
perspectief naar werk of beroepsscholing zien.
- De vraag of de Kwalificatiestructuur Educatie (KSE) wel
voldoende rekening houdt met de behoeften van lager opgeleiden. Het
niet aansluiten van het onderwijsprogramma op vervolgactiviteiten in
het kader van inburgering.
Tegelijkertijd worden er vraagtekens gezet bij de
vooronderstellingen waarop met name de op NT2 gerichte programma's
gebaseerd zijn. Het Nederlands als tweede taal wordt gezien als de
sleutel voor succesvolle inburgering en integratie van anderstaligen
in de samenleving. De laatste tijd worden in steeds sterkere mate
kanttekeningen geplaatst bij de aannames met betrekking tot de
NT2-verwerving en de verwachte opbrengsten van cursussen.
De WRR onderscheid bijvoorbeeld in zijn werkdocument W124 Nieuwe
kansen voor Taalonderwijs aan anderstaligen vier aannames waar het
vragen bij plaatst.
De aannames zijn:
- dat de toename van taalvaardigheid zich recht evenredig verhoudt
tot het aantal gevolgde taallesuren of te wel hoe meer uren les
gevolgd wordt, hoe beter de taal beheerst wordt;
- dat vooral de taalcursus voor toename van taalvaardigheid zal
zorgen;
- dat een flinke basistaalvaardigheid nodig is voordat met
vervolgstappen begonnen kan worden;
- dat een algemene taalcursus de inburgeraar voldoende
taalvaardigheid oplevert om in allerlei verschillende situaties aan
de taaleisen van die situatie te voldoen.
De laatste jaren is er hard gewerkt aan de verbetering van het
onderwijsprogramma voor wat betreft het onderwijs in Nederlands als
tweede taal. De activiteiten betreffen vooral het opleidingen
inrichten, programma's ontwikkelen, doelstellingen en cursusplannen
formuleren, en zo meer. De WRR concludeert dat de volwasseneneducatie
bij nader inzien wel erg naar binnen gericht is geweest. De naar
buiten gerichte functie van cursussen - de maatschappelijke
integratie, de integratie in beroepsopleidingen en deelname aan de
arbeidsmarkt, de deelname aan activiteiten rondom basisscholen en de
deelname aan buurtgebonden activiteiten - is veel minder ontwikkeld.
De wet- en regelgeving, waaronder de WIN, wordt als een van de
mogelijke oorzaken aangedragen.
Vraagstelling
In het ontwikkeltraject onderwijs wordt door de Taskforce
Inburgering (TI) nadrukkelijk aandacht besteed aan de naar buiten
gerichte functie van cursussen. Welke bijdrage levert het
onderwijsprogramma aan de integratie van inburgeraars, hoe kan deze
bijdrage effectiever worden? Welke mogelijkheden staan de gemeenten
daarvoor ter beschikking binnen de aangegeven kaders? Hoe te werken
aan het bereiken van een minimaal vereist niveau taalvaardigheid en de
realisatie van de gewenste maatschappelijke integratie?
Doelen van het ontwikkeltraject onderwijs van de TI
- Het stimuleren van flexibiliteit en maatwerk in het
onderwijsaanbod
- Het vergroten van de mogelijkheden voor docent onafhankelijk
onderwijsaanbod (ICT, TV)
- Het vergroten van de effectiviteit van het NT2 aanbod
- Het verbeteren van de doorgeleiding na het inburgeringsprogramma
door introductie van de portfoliomethodiek.
Visie
Flexibililiteit en maatwerk en optimale doorgeleiding zijn centrale
begrippen in dit ontwikkeltraject.
Met flexibiliteit en maatwerk kan uitval worden beperkt en kan een
groter aantal inburgeraars worden bediend.
Een optimale doorgeleiding na het inburgeringsprogramma is van
belang vanuit de visie dat het onderwijsprogramma de eerste stap vormt
in het integratieproces voor nieuwkomers of in een aanbod afgestemd op
een gerichte onderwijsvraag van oudkomers. Daar waar in duale
trajecten wordt gewerkt aan het gelijktijdig volgen van twee of meer
trajecten, waarin altijd sprake is van een taaltraject, is bij het
volgtijdelijk programmeren van trajecten de doorgeleiding een
essentieel aspect om te voorkomen dat de inburgeraar in een zwart gat
valt.
Bij het werken aan de doelen in het ontwikkeltraject spelen er
steeds twee kernvragen een rol.
De eerste vraag is: hoe realiseren we maatwerk door het
onderwijsprogramma af te stemmen op de vraag. Bij deze vraag gaat het
om het leveren van maatwerk in de zin van een onderwijsprogramma
bieden dat aansluit bij de startpositie en het doelperspectief van de
inburgeraar (maken de inburgeraars zich die competenties eigen die
gevraagd worden binnen de daarvoor gestelde kaders.)
Bij deze vraag is het belangrijk
om de inburgeraar een stem te geven en een moment te creëren of dat
doelperspectief gehaald is.
Het leerproces van de inburgeraar staat daarbij centraal. Voor deze
afstemming zijn drie partijen van belang, namelijk de inburgeraars
zelf, de gemeenten dan wel de overheid en andere afnemers in
aanpalende trajecten. De inhoud en vormgeving van het
onderwijsprogramma zal in dit spanningsveld van verschillende
behoeften en verwachtingen tot stand moeten komen. Deze lijn is met
name gericht op het verbeteren van het inhoudelijk rendement van het
onderwijsprogramma en de verhoging van de effectiviteit van het NT2
aanbod.
De tweede vraag is: hoe realiseren we maatwerk in de uitvoering
van het onderwijsprogramma? Kortom hoe voer ik het aanbod kwalitatief
zo goed mogelijk uit. Het gaat hierbij om te werken aan de vergroting
van de effectiviteit van het onderwijsprogramma middels een integrale
aanpak waarin vanuit het perspectief van de inburgeraar wordt
gestreefd naar consistentie in kwaliteit in de volgende schakels van
de onderwijsketen: het scholingsconcept, programma, instructie, werk-
en beheersorganisatie. Hoe bereiken we zo efficiënt en effectief
mogelijk de gestelde doelen in het onderwijsprogramma en voorkomen we
uitval.
Beide kernvragen zijn belangrijk voor het realiseren van de doelen.
Het goede doen op een niet effectieve manier heeft niet het gewenst
resultaat. Het verkeerde doen op een effectieve manier eveneens niet.
We gaan op zoek naar een optimale balans tussen de inhoud en vorm van
het onderwijsprogramma en de aanpak en uitvoering binnen de
mogelijkheden die de gemeente biedt.
We constateren dat er op velerlei terreinen door de betrokken
partijen en door diverse organisaties allerlei initiatieven genomen
zijn en worden ter verbetering van de kwaliteit van het
onderwijsprogramma. In het ontwikkeltraject willen we van deze
verworvenheden en ervaringen gebruik maken. En willen we zo ver
mogelijk stimuleren dat partijen kennis nemen van elkaars aanpak en
initiatieven en waar mogelijk stimuleren van het leggen van
dwarsverbanden of afstemming.
Start
Er is een landelijke projectgroep voor het ontwikkeltraject
gevormd. In deze landelijke projectgroep participeren de 6 gemeenten
met een vertegenwoordiger vanuit de gemeentelijke ambtelijke
organisatie en een vertegenwoordiger van het ROC. In de
startbijeenkomst is het concept plan van aanpak aan de deelnemende
gemeenten voorgelegd. Vervolgens is de deelnemers gevraagd ook het
gemeentelijke plan van aanpak op te stellen. Het gemeentelijke plan
van aanpak vormt onderdeel van de verbeteragenda binnen de gemeenten,
en heeft een nauwe relatie met het plan van aanpak van het
ontwikkeltraject. Bij de uitvoering van het plan van aanpak worden zij
ondersteund door de accountmanager voor de gemeente. |