De volledige tekstAfspraken
over nieuwkomers en de arbeidsmarkt tussen kabinet, Arbeidsvoorziening en
VNG.
Aanleiding
De Tweede Kamer heeft het kabinet verzocht afspraken te maken met Arbeidsvoorziening en de
VNG over (vervolg)trajecten voor nieuwkomers die aangewezen zijn op arbeid (zie
bijgevoegde tekst motie 25 114 nr. 33). Naar aanleiding daarvan heeft de minister van SZW
gevraagd ambtelijk overleg te voeren met betrokkenen met als doel een voorstel ter
uitvoering van deze motie uit te werken. In deze notitie zijn afspraken vastgelegd tussen
SZW/BZK, de VNG en Arbeidsvoorziening Nederland over het bereiken van een meer sluitende
aanpak voor nieuwkomers. Tevens is een aantal afspraken vastgelegd die betrekking hebben
op de afstemming tussen inburgeringstrajecten en het vervolg daarop.
Kanttekening bij de motie
Onbekend is hoeveel nieuwkomers direct na de afronding van het inburgeringsprogramma in
aanmerking (willen) komen voor een arbeidstoeleidingstraject. Een aantal nieuwkomers zal
niet of pas na het volgen van een beroepsopleiding daarvoor in aanmerking (willen) komen.
Verder zijn tot op heden lang niet alle nieuwkomers na de afronding van het
inburgeringsprogramma direct toe aan een traject gericht op arbeidstoeleiding. Velen van
hen vervolgen daarom nog gedurende een aanzienlijke tijd het NT2-traject bij een
educatie-instelling.
Voorts is moeilijk te voorspellen of met name dit laatste in de nabije toekomst ook zo
blijft. Sinds 1 januari 1998 is het aantal beschikbare uren voor het inburgeringstraject
verhoogd van gemiddeld 500 naar gemiddeld 600 uur. Bovendien kan het NT2-onderwijs nog aan
effectiviteit winnen.
Een jaar na de inwerkingtreding van de Wet inburgering nieuwkomers zullen gegevens
beschikbaar moeten komen over de aantallen nieuwkomers die direct of op termijn voor een
traject richting arbeidsmarkt in aanmerking komen. Op basis daarvan kan zo nodig
bijstelling plaatsvinden van beleid.
Uitgangspunten
Uitgangspunten bij arbeidstoeleiding nieuwkomers:
1. Van belang is dat aan zoveel mogelijk nieuwkomers voor wie een arbeidtoeleidingtraject
noodzakelijk is, dergelijke trajecten ook werkelijk worden aangeboden.
2. Het inburgeringsprogramma zelf moet zodanig worden ingericht, dat zo goed mogelijk
wordt geanticipeerd op de mogelijkheden die de nieuwkomer na de afronding van het
inburgeringsprogramma heeft.
3. De arbeidstoeleidingstrajecten moeten zoveel mogelijk aansluiten op het
inburgeringsprogramma (op nieuwkomers zijn toegesneden) en zoveel mogelijk direct
aansluitend op de afronding van het inburgeringsprogramma kunnen starten.
Afspraken
Hierna wordt, rekening houdend met deze uitgangspunten, in beeld gebracht welke afspraken
gemeenten en de RBA's in het kader van de Wet inburgering nieuwkomers maken en welke
initiatieven de VNG, Arbeidsvoorziening Nederland, en de Ministeries van BZK en SZW zullen
nemen ter implementatie.
Ad 1. Arbeidstoeleidingstrajecten voor nieuwkomers
Om het integratieproces, waarmee in het kader van inburgering een begin is gemaakt, te
doen slagen moeten arbeidstoeleidingstrajecten - voor zover het gaat om nieuwkomers die
zich zullen begeven op de arbeidsmarkt en voor wie een arbeidtoeleidingtraject
noodzakelijk is - ook werkelijk worden aangeboden (in combinatie met of in vervolg op
inburgeringsprogramma's).
De middelen waaruit arbeidstoeleidingstrajecten voor nieuwkomers kunnen worden
gefinancierd maken deel uit van reguliere budgetten voor arbeidstoeleiding, te weten:
- de rijksbijdrage (prestatiedeel) van Arbeidsvoorziening
- inkoopmiddelen
- middelen in het kader van de Wiw.
Deze budgetten worden beheerd en besteed door Arbeidsvoorziening (prestatiebudget) en
gemeenten (inkoop en Wiw). Met betrekking tot het prestatiedeel van de rijksbijdrage aan
Arbeidsvoorziening wordt hierbij opgemerkt dat dit voor 55% bestemd is voor
bijstandgerechtigden, 35% voor andere uitkeringsgerechtigden en 15% voor
niet-uitkeringsgerechtigden. De gemeenten respectievelijk de Uvi's selecteren de
kandidaten onder de bijstands- en andere uitkeringsgerechtigden; Arbeidsvoorziening
selecteert de niet-uitkeringsgerechtigden. Nieuwkomers zullen zich met name bevinden onder
bijstandsgerechtigden en niet-uitkeringsgerechtigden.
Zoveel mogelijk nieuwkomers die een inburgeringstraject afronden en zich op de
arbeidsmarkt begeven moeten in de gelegenheid worden gesteld een vervolgtraject richting
arbeidsmarkt te doorlopen (gefinancierd uit de reguliere budgetten voor arbeidstoeleiding,
dat wil zeggen het deel van de rijksbijdrage aan Arbeidsvoorziening bestemd voor
bijstandsgerechtigden en voor niet-uitkeringsgerechtigden, inkoopmiddelen en middelen in
het kader van de Wiw).
Afspraak: Arbeidsvoorziening Nederland en de VNG zullen de RBA's respectievelijk de
gemeenten oproepen zich in te spannen zoveel mogelijk nieuwkomers die een
inburgeringstraject afronden en zich op de arbeidsmarkt begeven in de gelegenheid te
stellen een vervolgtraject richting arbeidsmarkt te doorlopen.
Monitoring
Landelijk moet nagegaan worden in welke mate nieuwkomers aan bod komen bij de besteding
van de reguliere budgetten voor arbeidstoeleiding. Aan afspraken over de registratie van
nieuwkomers door Arbeidsvoorziening (en daarmee het zichtbaar maken van de mate waarin
nieuwkomers aan bod komen bij de besteding van het prestatiebudget) wordt inmiddels
gewerkt. Met betrekking tot de wijze waarop zichtbaar kan worden gemaakt in welke mate
nieuwkomers aan bod komen bij de besteding van inkoopmiddelen en middelen in het kader van
de Wiw zullen op korte termijn initiatieven worden genomen. De minister van SZW heeft het
voornemen om vooraf-gaand aan de invoering van de Wet inburgering nieuwkomers een
nulmeting te doen, op basis waarvan eerste kwantitatieve gegevens beschikbaar zullen komen
over de arbeidsmarktpositie van nieuw-komers.
Afspraak: BZK, SZW, Arbeidsvoorziening Nederland en de VNG zullen in 1998 technische afspraken maken over de wijze waarop de deelname van nieuwkomers in het prestatiebudget van Arbeidsvoorziening, de inkoopregeling en de Wiw landelijk in beeld kan worden gebracht (registratie en monitor).
ad 2. Inrichting van het inburgeringsprogramma en de wijze van doorgeleiding naar
arbeid
In het wetsvoorstel inburgering nieuwkomers is bepaald dat het inburgeringsonderzoek mede
betrekking heeft op de mate waarin de nieuwkomer naar verwachting kennis, inzicht en
vaardigheden kan verwerven met het oog op (onder meer) toegang tot de arbeidsmarkt. In
verband hiermee is in de Wet inburgering nieuwkomers vastgelegd dat Arbeidsvoorziening bij
het inburgeringsonderzoek is betrokken.
Het gaat hierbij vooral om de bepaling van de afstand van de nieuwkomer tot de
arbeidsmarkt en een globale indicatie van het (vervolg)traject dat naar verwachting nodig
zal zijn. Dit zal gebeuren aan de hand van de meetlat SWI, op grond waarvan werkzoekenden
worden ingedeeld vier "fasen". Het niet (voldoende) beheersen van de Nederlandse
taal is op zichzelf geen reden voor indeling in fase 4 (de categorie werkzoekenden met de
grootste afstand tot de arbeidsmarkt).
Door de betrokkenheid van Arbeidsvoorziening bij het inburgeringsonderzoek kan bij de
inrichting van het inburgeringsprogramma worden geanticipeerd op een (vervolg)traject
richting arbeidsmarkt.Voor de uitvoering hiervan zullen afspraken moeten worden gemaakt
tussen gemeenten en RBA's.
Afspraak: Arbeidsvoorziening zal er zorg voor dragen dat RBA's initiatieven nemen om
over de uitvoering hiervan afspraken te maken met gemeenten/bureaus nieuwkomers. De VNG
zal gemeenten/bureaus nieuwkomers oproepen om hierover afspraken te maken met de RBA's.
Arbeidsvoorziening en de VNG zullen een aantal varianten uitwerken die kunnen dienen als
handreiking bij het maken van afspraken tussen gemeenten en RBA's. Deze varianten hebben
onder meer betrekking op de vormgeving van de afstemming tussen gemeenten en RBA's,
waaronder het moment waarop de kwalificerende intake in het kader van SWI wordt gedaan, de
volgorde waarin de de intakes in het kader van inburgering en SWI kunnen plaatsvinden en
de wijze waarop uitwisseling van gegevens tussen Arbeidsvoorziening en gemeenten
plaatsvindt. Over uitvoering van afspraken tussen gemeenten en RBA's over de inrichting
van het inburgeringsprogramma dient overigens continue afstemming en zonodig bijstelling
plaats te vinden.
ad 3. Toegesneden op de nieuwkomer en snel mogelijke start
In het wetsvoorstel inburgering nieuwkomers is tevens bepaald dat de nieuwkomer die
daarvoor in aanmerking komt wordt doorgeleid naar een instantie die zorgdraagt voor
verdere scholing of voor toegang tot de arbeidsmarkt. Belangrijk daarbij is dat de
eindtermen voor het inburgeringstraject worden afgestemd op de begintermen van het
vervolgtraject. Hieruit vloeit voort, dat de aangeboden trajecten moeten zijn
toegesneden
op nieuwkomers. Arbeidsbureaus en uitvoeringsorganen Wiw moeten daarom zorgen voor een
geschikt aanbod voor nieuwkomers, dus maatwerk leveren. Arbeidsvoorziening heeft inmiddels
trajecten, gericht op toeleiding van nieuwkomers naar de arbeidsmarkt ontwikkeld.
Voorts is van belang dat de arbeidstoeleidingstrajecten voor nieuwkomers zoveel mogelijk
aansluitend op de afronding van het inburgeringsprogramma starten. Als dat niet gebeurt
bestaat het risico dat de effecten van het inburgeringsprogramma deels verloren gaan.
Afspraak: Arbeidsvoorziening zal er zorg voor dragen dat RBA's initiatieven nemen om
afspraken te maken met gemeenten/bureaus nieuwkomers over de wijze waarop een zo effectief
mogelijke overdracht naar Arbeidsvoorziening (waarbij bij voorkeur direct aansluitend aan
het inburgeringsprogramaa een vervolgtraject wordt aangeboden) kan plaatsvinden. De VNG
zal gemeenten/bureaus nieuwkomers oproepen om hierover afspraken te maken met de RBA's.
Arbeidsvoorziening en de VNG zullen overleggen om te bezien op welke wijze het best
expertise over de toeleiding van nieuwkomers overgedragen kan worden aan RBA's, bureaus
nieuwkomers, GSD'en en uitvoeringsorganisaties Wiw.
Flankerend beleid bij implementatie van de afspraken
De samenwerkende departementen (met coördinatie van BZK) zullen gemeenten ondersteunen
bij de implementatie van de Win. Hierbij zal ook worden gekeken naar knelpunten die zo
nodig aanleiding kunnen zijn voor bijstelling van beleid, regelgeving en/of middelen.
Afspraak: BZK en andere betrokken ministeries zullen ervoor zorgdragen, dat de
toeleiding van nieuwkomers naar de arbeidsmarkt in de implementatie en de voorlichting
daarover van de Win een plaats krijgt.

|