Werk

Terug naar:

Werk
De trajectwijzer
De implementatie
De welkomstpagina

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)

Belangrijke taken van het ministerie zijn het bevorderen van werkgelegenheid en een goed functionerende arbeidsmarkt. De aandacht van SZW in het kader van inburgering is dan ook met name gericht op inschakeling van nieuwkomers in het arbeidsproces en op de mate waarin en de wijze waarop nieuwkomers bij de inzet van arbeidsmarktinstrumenten aan bod komen.

De plaats van arbeid in inburgering
De mogelijkheden van de nieuwkomer op de arbeidsmarkt komen in de fase van het inburgeringsonderzoek al aan de orde. Daartoe worden onder meer de opleiding en de werkervaring van de nieuwkomer in beeld gebracht. De Centrale Organisatie voor Werk en Inkomen (CWI) is daarbij betrokken. Dat is in de WIN vastgelegd.

Gegevens over de arbeidsmarktmogelijkheden van de nieuwkomer zijn van belang om bij de inrichting van het inburgeringsprogramma alvast te kunnen anticiperen op de toetreding tot de arbeidsmarkt. Het gaat daarbij vooral om het niveau waarop de nieuwkomer Nederlandse taal moet gaan beheersen en om de invulling van het onderdeel beroepenoriëntatie.

Aan het einde van het inburgeringsprogramma volgt een advies over de doorstroming naar arbeid. De CWI is bij het opstellen van dit advies betrokken, zo is in de WIN vastgelegd.

Na het inburgeringstraject
De rol van de CWI en de aandacht voor de arbeidsmarktmogelijkheden bij de uitvoering van het inburgeringsbeleid nemen niet weg dat, in vervolg op het inburgeringsprogramma, voor veel nieuwkomers arbeidstoeleidingstrajecten noodzakelijk zullen zijn. Nieuwkomers beschikken vaak niet over een in Nederland bruikbare beroepskwalificatie, hebben nog onvoldoende kennis van op de werkvloer gangbare taal, hebben te weinig kennis van de werking van Nederlandse arbeidsmarkt en/of beschikken in onvoldoende mate over een eigen netwerk dat zij kunnen inzetten bij het verwerven van een arbeidsplaats. Het is van belang dat aan nieuwkomers voor wie een arbeidtoeleidingstraject noodzakelijk is, zo'n traject ook werkelijk worden aangeboden.

Voor de financiering van arbeidstoeleidingstrajecten (reïntegratietrajecten) bestaan diverse reguliere arbeidsmarktinstrumenten. In het algemeen geldt dat de gemeente verantwoordelijk is voor het aanbod van een passend reïntegratietraject aan werkzoekenden. Voor een aantal groepen (mensen met een WW- of WAO-uitkering) is de Uitvoeringsorganisatie Werknemersverzekering (UWV) verantwoordelijk. De CWI stelt hiertoe voor alle werkzoekenden een reïntegratieadvies op, wanneer men als werkzoekende wordt geregistreerd. Voor nieuwkomers wordt zo’n reïntegratieadvies in de regel aan het einde van het inburgeringsprogramma opgesteld.

Werkzoekenden die geen reïntegratietraject nodig hebben omdat zij direct bemiddelbaar zijn (fase-1 cliënten) kunnen terecht bij de Centra voor Werk en Inkomen (de CWI’s) voor ondersteuning en advies.

Een reïntegratietraject kan direct starten na de afronding van het inburgeringsprogramma en moet inhoudelijk op de nieuwkomer zijn toegesneden. Het is ook mogelijk om al tijdens het inburgeringsprogramma met een reïntegratietraject te starten, in combinatie met onderdelen van het inburgeringsprogramma (duale trajecten).

Nadere informatie over onder meer de WIW is beschikbaar op de site van het ministerie.