NIEUWS|VRAGEN | SITEMAP | WAT WAS NIEUW | AGENDA |SERVICE | DISCUSSIE

Het traject is een stapsgewijze informatiebron over alle onderdelen van inburgering. Daarbij is er voor gekozen om niet alleen het directe traject van inburgering te volgen maar ook aandacht te besteden aan de voorgeschiedenis en aan het vervolg.

Interviews met belangenbehartigende of ondersteunende personen

Allochtone ondernemer moet meer de autochtone markt op
Het aantal allochtone ondernemers in Nederland is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Ondanks dat deze groep specifieke knelpunten tegenkomt, lijken de perspectieven voor allochtonen met een eigen bedrijf verbeterd. Wel moeten etnische ondernemers zich sterker gaan richten op autochtone markten, om eenzijdige 'ínsluiting' te voorkomen. Dit blijkt uit een studie van het ITS in opdracht van de ministeries van Economische Zaken en Binnenlandse Zaken die onlangs is afgerond.
In het onderzoek is een analyse gemaakt van bestaande literatuur en van de gegevens die in het Handelsregister voorhanden zijn over allochtone ondernemers en hun bedrijven. Daarnaast zijn interviews gehouden met onderzoekers, ambtenaren, bestuurders op lokaal niveau en personen met een belangenbehartigende of ondersteunende rol ten aanzien van allochtone ondernemers. Er zijn ook workshops gehouden met allochtone ondernemers zelf.

Sterke toename
Analyse van het Handelsregister laat zien dat het aantal etnische ondernemers in Nederland van 1986 tot 1997 sterk is toegenomen, van 9.393 in 1986 tot 27.280 in 1997. In relatieve zin is dat een stijging van 3,3 procent van de beroepsbevolking naar 7,4 procent van de beroepsbevolking. De stijging van het aantal ondernemers is ook zichtbaar in de autochtone bevolking, maar deze is minder sterk dan de groei van het aantal etnische bedrijven. Er bestaan overigens wel grote verschillen tussen de participatie van de diverse etnische groepen aan het ondernemerschap.

Niet alleen shoarmatentjes
Als we kijken naar het soort bedrijven valt op dat allochtone ondernemingen veelal kleine gevestigd. Tussen etnische groepen onderling doen zich hierbij verschillen voor. Sommige groepen, zoals Chinezen en Egyptenaren, werken bijna uitsluitend in de horeca. Andere groepen, zoals Arubanen, Antillianen, Surinamers en Kaapverdianen exploiteren juist een zeer gevarieerd scala aan bedrijven. Langzaam maar zeker komt er echter meer variatie onder de allochtone bedrijven. Het aantal horecabedrijven neemt elk jaar iets verder af. Deze trend is waarneembaar binnen elke etnische groep, al zijn er wel flinke verschillen in het tempo waarmee dit gebeurt.

Vooral uitval in het eerste jaar
Jaarlijks is er altijd een bepaalde uitval onder startende ondernemers. Het blijkt dat allochtone startende ondernemers een hoger risico op uitval hebben dan autochtone starters. Het aantal uitvallers ligt ongeveer 10 procent hoger dan gemiddeld. In de jaren daarna kent de uitval van allochtone en overige starters een meer gelijk verloop.
Overlevingskansen van allochtone starters variëren naar etnische groep en sector. Met name in de industrie en detailhandel is sprake van relatief lage overlevingskansen. Hier boeken de allochtone ondernemers minder goede resultaten dan de autochtone ondernemers. In de dienstverlenende sector bestaat weinig verschil: na vier jaar bestaat bijna tweederde van de allochtone bedrijven nog steeds. In de horeca blijken allochtone starters het zelfs langer vol te houden dan autochtone starters.

Eigen verzorgingsstructuur
Allochtone bedrijven zijn minder gelijkmatig met de bevolking mee gespreid dan andere bedrijven. Ze komen meer voor in stedelijke gebieden en meer in het westen van het land, waar zich ook de grootste concentraties van allochtone bevolkingsgroepen bevinden. Het blijkt dat de allochtone bedrijven goed en soepel inspelen op de behoeften van de eigen groep, waarbij de rol van familiebanden en informele netwerken belangrijk is, zowel in financiële als personele zin. Daarmee blijken veel bedrijven een verzorgingsstructuur te hebben ontwikkeld die vooral op de eigen groep gericht is. Dit houdt tevens het gevaar in van een te eenzijdige benadering van de markt; de kans dat bepaalde marktniches over het hoofd worden gezien, is hierdoor groter. Het feit dat ook autochtone bedrijven meer oog krijgen voor allochtone markten, kan er namelijk ook toe leiden dat allochtone bedrijven worden 'opgesloten' in een bepaalde hoek, waarbij de kans bestaat dat ze de concurrentieslag uiteindelijk verliezen. Daarbij komt kopieergedrag binnen de allochtone bedrijvigheid veel voor. Vaak gaat dit gepaard met zeer scherpe prijsconcurrentie of illegale praktijken. Ondanks dat het daarom beter zou zijn als allochtone bedrijven zich ook op de autochtone markt zouden gaan richten, blijken de allochtone ondernemers veel drempels te ervaren om toe te treden in de autochtone markt.

Meer externe oriëntatie
Een van de verklaringen waarom de allochtone bedrijvigheid vaak op de eigen interne groepen gericht is, is de informele sfeer waarin bedrijven hun bestaan starten. Zoals aangegeven worden de formele circuits in financiële en personele zin veelal niet geconsulteerd en worden de bedrijven met hulp van informele, familie- en vriendenrelaties opgestart. Enerzijds wordt dit veroorzaakt door de soms bepaald voorzichtige opstelling van formele kredietverstrekkers, maar anderzijds wordt er door allochtone ondernemers ook wel eens te snel uitgegaan van een geringe slaagkans om het bedrijf formeel te starten. De informanten uit de interviews geven aan dat er vaak sprake is van een geringe voorbereiding van de kredietaanvraag, en ook dat men zich te snel laat ontmoedigen wanneer er niet direct een positieve reactie komt. Over de gehele linie maken allochtone ondernemingen te weinig gebruik van formele instanties, ook niet van de instanties waar zij vooral hun voordeel mee kunnen doen, zoals vak- en brancheorganisaties en commerciële samenwerkingsverbanden.

Van mogelijkheden gebruik maken
De verdere bevordering van het allochtoon ondernemerschap is een zaak van maatwerk, waarin de lokale en regionale mogelijkheden zoveel mogelijk gebruikt moeten worden. Bij deze maatwerkaanpak zal soms meer en soms minder rekening moeten worden gehouden met etnische kenmerken van de (aspirant)-ondernemers, afhankelijk van de mate waarin zich knelpunten voordoen die een min of meer specifiek etnisch karakter hebben. Zeker voor de grote steden geldt dat veel problemen meer te maken hebben met de achterstandspositie of anderzijds moeilijke positie van bepaalde groepen startende ondernemers dan met etnische kenmerken. In de praktijk blijkt dan ook dat veel oplossingen die specifiek voor allochtone groepen worden bedacht, vaak ook een steuntje in de rug zijn voor autochtone ondernemers.

waarom is er zoveel uitval onder startende allochtone ondernemers?

Het lijkt erop dat het ondernemerschap voor veel allochtonen een weg is om in hun eigen werkgelegenheid te voorzien (en uit de uitkering te komen dan wel te blijven). Desondanks blijkt de uitval groot te zijn. Voor elke jaargroep van allochtone starters geldt dat circa een kwart het eerste jaar niet overleeft.

Belangrijke oorzaken voor deze uitval liggen in het feit dat veel allochtone ondernemers:

  • Onvoldoende kennis verzamelen en hebben over hun afzetmarkt;
  • Nauwelijks deel uit maken van een netwerk waar zij informatie advies of potentiële klanten/zakenpartners aan kunnen treffen;
  • Onvoldoende opleiding genoten hebben (onderwijs, de Nederlandse taal wordt onvoldoende beheerst);
  • Niet altijd op de juiste locatie gehuisvest zijn.

Intensieve begeleiding en ondersteuning van essentieel belang
Het optimaliseren van de dienstverlening aan allochtone starters vraagt om een goede oriëntatie op de problematiek en mogelijkheden. Maatwerk, integrale dienstverlening en resultaatgerichtheid moeten daarbij wezenlijke uitgangspunten voor de dienstverlening zijn.

ANDARE kan hierbij helpen. Bijvoorbeeld middels onderzoek naar de do's en don'ts van allochtoon ondernemerschap in uw gemeente; bij het meedenken over een specifiek allochtoon startersbeleid, het zorg dragen voor een adequaat aanbod van cursussen/opleidingen en het begeleiden en coachen van zowel aspirant als gevestigde ondernemers.

Het artikel van FORUM: Etnisch ondernemerschap

Sinds een aantal jaren is er sprake van een toenemende belangstelling voor het etnisch ondernemerschap. In tegenstelling tot wat veel mensen altijd hebben gedacht neemt het aantal kleine ondernemingen snel toe. De belangstelling voor het zelfstandig ondernemerschap is vooral groot onder migranten. Zowel in de detail- en groothandel als in de zakelijke dienstverlening zijn migranten zeer actief als kleine ondernemers. Tot dusverre is er nog maar weinig bekend over dit type ondernemerschap. Hoe maken migrantenondernemers gebruik van de mogelijkheden die de nieuwe diensteneconomie hun biedt? Op welke wijze rekruteren zij hun personeel? En hoe gaan zij om met de regels die de overheid hen oplegt?

Voor het Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling (FORUM) was dit aanleiding om hiervoor een symposium te organiseren in Rotterdam. Dit symposium vond plaats op 23 juni jl. Centraal daarbij stond de presentatie van het boek 'Rijp en Groen', waarin aan de hand van een groot aantal artikelen wordt ingegaan op het zelfstandig ondernemerschap van immigranten in Nederland. Het boek stond onder redactie van Dr. J. Rath, verbonden aan het Instituut voor Migratie- en Etnische studies (IMES) van de universiteit van Amsterdam en van Dr. R. Kloosterman, verbonden aan de Technische Universiteit Delft.
Het eerste exemplaar van het boek werd aangeboden aan de secretaris generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, drs. W. J. Kuijken. De verschijning van het boek komt op een gunstig moment. Vrijwel gelijktijdig heeft de Sociaal Economische Raad namelijk een gezaghebbend advies uitgebracht over etnisch ondernemerschap in Nederland. Uit dat advies blijkt dat het goed gaat met het etnisch ondernemerschap, waarbij de economische opleving van de laatste jaren ongetwijfeld een positieve invloed heeft gehad. In ruim de helft van de grote steden is de bedrijvigheid in het Midden- en Kleinbedrijf de laatste jaren toegenomen. Het aandeel van migrantenondernemers daarbij is relatief groot.
Maar naast deze positieve geluiden lopen etnische ondernemers ook risico's. Het blijkt dat veel etnische ondernemers nogal eenzijdig zijn gericht op risicovolle deelmarkten, zoals de horeca. Vaak ook richten migrantenondernemers zich vooral op klanten uit de eigen groep. Een ander probleem waar etnische ondernemers mee te kampen is dat zij een succesvolle onderneming snel gekopieerd wordt door anderen in de omgeving en er een hevige onderlinge concurrentie ontstaat. Een algemeen probleem is ook dat startende ondernemers vaak zo enthousiast zijn, dat zij zich onvoldoende voorbereiden en zich bijvoorbeeld niet op de hoogte stellen van de gang van zaken rond belastingheffing.

In het boek 'Rijp en Groen' wordt een uitgebreid overzicht gegeven van de resultaten die het onderzoek naar etnisch ondernemerschap in de afgelopen jaren heeft opgeleverd. Er wordt aandacht besteed aan de historische betekenis van het etnisch ondernemerschap. In dat kader wordt onder meer aandacht besteed aan de ervaringen van Joodse en Duitse ondernemers in de vorige eeuw. Er wordt ingegaan op de kansenstructuur van startende immigrantenondernemers in steden als Amsterdam en Rotterdam. En er wordt aandacht besteed aan specifieke activiteiten van migrantenondernemers in de informele sector van de economie. Onderwerpen als de handel in harddrugs en vrouwenhandel passeren daarbij de revue. Voor mensen die geïnteresseerd zijn in dit onderwerp biedt het boek een goed overzicht van de verschillende aspecten van het etnisch ondernemerschap.
[door Boudie Rijkschroeff]
Het boek 'Rijp en Groen' kost 18,20 euro en is te bestellen bij uitgeverij Het Spinhuis in Amsterdam
Telefoonnummer 020-525 27 11
ISBN 90-5589-108-8

Amsterdam geeft 1,7 miljoen voor etnisch ondernemerschap
1,7 miljoen voor stimuleren etnisch ondernemerschap
Het college van B&W Amsterdam heeft besloten geld uit te trekken ten gunste van aspirant-ondernemers. De gemeente, de Kamer van Koophandel en tien stadsdelen gaan gezamenlijk optrekken om in de wijken consulenten te stationeren die potentiële ondernemers actief zullen benaderen. Vooral gaat dat gebeuren onder de allochtone bevolkingsgroepen. De consulenten moeten er voor zorgen dat aspirant-ondernemers aan de goede informatie en contacten komen. Zij stellen de kandidaten in staat om optimaal gebruik te maken van alle loketten en faciliteiten die er al voor ondernemers zijn. Het project heeft een doorlooptijd van vier jaar en kost in totaal 1,7 miljoen gulden. De kosten worden gelijkelijk gedragen door Economische Zaken van de gemeente (Grotestedenbeleid), de stadsdelen en de Kamer van Koophandel. Er komen vier consulenten, waaronder een Marokkaanse en een Turkse adviseur, die als aanspreekpunt per cluster van stadsdelen midden in de wijken van de hele stad werkzaam zullen zijn. Op 13 maart zal Pauline Krikke, wethouder Economische Zaken, het startsein geven. Dit gebeurt tijdens een werkconferentie over 'Vitale Wijkeconomie' bij de Kamer van Koophandel waar ook de minister voor het Grotestedenbeleid, de heer Van Boxtel, aanwezig zal zijn. Het onderwerp wordt in de vergadering van de raadscommissie van 9 maart behandeld.

Onderneming van het jaar 1998

Imamin Fresh Food Company BV is uitgeroepen tot Onderneming! van het Jaar 1998. "Een zeer moeilijke afweging met vooral minimaal verschil tussen de twee runners up," oordeelde de jury die unaniem was in haar oordeel besluit. "Van zo'n prijs word ik stil", sprak Imamin directeur Steve Badloe (37) nadat minister Jorritsma van Economische Zaken hem met drie spontane zoenen de cheque ter waarde van 25.000 gulden had overhandigd.
"Ik ging natuurlijk voor de eerste prijs en ik heb steeds geweten dat we zouden winnen. Maar na dat vragenvuur van de jury begon ik toch behoorlijk te twijfelen. ik had het idee dat ik te vlak overkwam. Deze titel is voor mij een bewijs dat ik op de goede weg ben", aldus de winnaar. Van de 316 deelnemende ondernemingen bleven na diverse selecties uiteindelijk drie finalisten over, die streden om de felbegeerde titel. De drie bedrijven en de directeuren werden middels een paar steekwoorden aan de jury en het publiek voorgesteld. Daarna kreeg iedere finalist vijftien minuten om vragen van de jury te beantwoorden.
<bron: Ondernemen!>

De werkgever die 35 of meer werknemers in dienst heeft, is verplicht om gegevens over het aandeel allochtonen in zijn bedrijf vast te leggen in een verslag

Werkgevers die 35 of meer werknemers in dienst hebben, zijn verplicht om gegevens over het aandeel allochtonen in zijn bedrijf vast te leggen in een verslag. Dit is geregeld in de Wet Bevordering Evenredige Arbeidsdeelname Allochtonen (WBEAA).
Alhoewel de verwachtingen allesbehalve hooggespannen waren, blijkt toch uit een evaluatieonderzoek van het Ministerie van Sociale Zaken dat 57% van de werkgevers een wettelijke verplichte registratie voert voor allochtonen. Slechts 14% van de werkgevers heeft daarnaast ook een intern werkplan opgesteld en 11% heeft daadwerkelijke veranderingen doorgevoerd in het personeelsbeleid.
Toch heeft de overgrote meerderheid van de bedrijven (87%) geen allochtonen in dienst. In de bouw en bij kleine bedrijven is het percentage allochtone werknemers zeer gering. Alleen bedrijven met meer dan honderd werknemers nemen relatief vaak allochtonen in dienst.

De verplichte registratie voor bedrijven met meer dan 35 werknemers is het gevolg van de in juni 1994 in werking getreden Wet Bevordering Evenredige Deelname Allochtonen WBEAA. Het doel van deze wet is het bevorderen van evenredige kansen op werk voor allochtonen. Het openbaar maken van deze gegevens bij de Kamer van Koophandel moet ervoor zorgen dat bedrijven zich meer inspannen om mensen uit andere bevolkingsgroepen in dienst te nemen.

De Barometer Etnisch Ondernemerschap geeft producenten, distributeurs en leveranciers inzicht in de mogelijkheden van de allochtone markt.
De Barometer is een meting onder 180 Turkse, Marokkaanse en Surinaamse ondernemers in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Deze 180 allochtone kruideniers, die allen werkzaam zijn in de levensmiddelensector, vullen één keer per jaar enquêtes in over hun leveranciers, assortiment, klanten en personeel. Per onderdeel geven ze hun tevredenheid aan en beantwoorden ze de vraag of ze op zoek zijn naar nieuwe mogelijkheden.
De Barometer is bedoeld voor bedrijven die zaken willen doen met allochtone ondernemers. Bijvoorbeeld een leverancier die nieuwe afzetkanalen zoekt. Een producent die een assortimentsuitbreiding voor ogen heeft. Of een uitzendbureau dat personeel wil plaatsen.
Op grond van de Barometer krijgen al deze bedrijven inzicht in hun kansen en mogelijkheden. De Barometer Etnisch Ondernemerschap

InburgerNet werd mogelijk gemaakt door het ministerie van Justitie.
Iedere hoofdpagina van Inburgering in traject wordt gevolgd door achtergrond- pagina's en voorbeeld- pagina's. Deze pagina's worden regelmatig aangevuld en uitgebreid aan de hand van de ontwikkelingen in het beleid.