
Het traject is een stapsgewijze
informatiebron over alle onderdelen van inburgering. Daarbij is er voor
gekozen om niet alleen het directe traject van inburgering te volgen
maar ook aandacht te besteden aan de voorgeschiedenis en aan het
vervolg. |

De kranten en tijdschriften
over allochtonen en werk:
Kabinet pakt grote aantal uitkeringen allochtonen hard aan
De Volkskrant 25 november 2000
Volgens vice-premier Jorritsma hebben de bewindslieden geschokt
gereageerd op de cijfers die minister Vermeend van Sociale Zaken deze
week bekendmaakte. Uit die cijfers blijkt dat etnische minderheden twee
tot drie keer zo vaak een uitkering hebben als autochtone Nederlanders.
Vooral Turken en Marokkanen leven relatief vaak van een uitkering. Van
de Turkse en Marokkaanse mannen tussen de 40 en 64 jaar heeft ruim 60
procent een uitkering. Voor de Nederlandse mannen geldt dat 22 procent
een uitkering geniet. Deze vergelijking kon worden gemaakt nadat eerder
deze week de WAO-cijfers werden uitgesplitst naar etnische afkomst van
degenen die een WAO-uitkering krijgen.
Vice-premier Jorritsma liet weten dat er sprake is van 'een zeer
verontrustend beeld, waaruit zo spoedig mogelijk beleidsconsequenties
getrokken moeten worden'. Zij kondigde aan dat er 'volgende week al de
eerste gedachtevorming over concrete maatregelen moet liggen'. Ze
waarschuwde ervoor dat 'niet de hele groep het stempel mag krijgen
opgedrukt als zou ze niet deugen', maar voegde daaraan toe: 'We gaan
niet pleiten voor een zachte aanpak.'
De VVD-bewindsvrouw wil kijken naar de keuringseisen die voor de WAO
worden toegepast en naar de inspanningen die worden gedaan om
arbeidsongeschikte allochtonen weer aan het werk te krijgen. Minister
Vermeend moet verdere maatregelen nemen.
Jorritsma: 'Er is blijkbaar bij sommige bevolkingsgroepen een cultuurtje
ontstaan. Met cultuurtje bedoel ik ook de houding van degenen die zich
hiermee bemoeien, zoals de gemeenten. Ik wijs erop dat minister Vermeend
het hierover al aan de stok heeft gehad met enkele sociale diensten.'
De minister van Sociale Zaken oefent druk uit op gemeenten om
bijstandsgerechtigden aan het werk te zetten. Ook heeft hij kritiek op
het geven van allerhande financiële voordeeltjes aan leden van deze
groep, omdat die daarmee ontmoedigd zou worden werk te aanvaarden.
De discussie over de uitkeringen aan allochtonen werd vorige maand
uitgelokt door VVD-Kamerlid Kamp. Hij kwam met resultaten van enquêtes,
waaruit kon worden afgeleid dat oudere Turkse en Marokkaanse mannen zes
maal zo vaak in de WAO zitten als Nederlandse mannen. Dit blijkt nu
tweeënhalf maal zo vaak te zijn.
Bredere doelgroep dan "eigen groep" en betere locaties nodig
Allochtone winkel speelt kleine rol in het Nederlandse winkelaanbod
In Nederland zijn ongeveer 2.350 allochtone winkels. Dat is een
verdubbeling ten opzichte van 10 jaar geleden, maar verhoudingsgewijs is
het aantal klein. Omgerekend per inwoner is er namelijk per allochtoon
beduidend minder allochtone winkelruimte dan er autochtone winkels zijn
voor de totale Nederlandse bevolking. Een allochtone ondernemer richt
zich vaak op consumenten uit de eigen cultuur of van de eigen
nationaliteit. Zij vestigen zich temidden van de "eigen groep", en -
wanneer dat maar enigszins mogelijk is - in een concentratie van
allochtone winkels, in de buurt van warenmarkten en op goedkope
locaties. Maar de allochtone consument geeft de voorkeur aan de bekende
- vaak autochtone - filiaal- en grootwinkelbedrijven, de supermarkten,
de warenhuizen en de andere zelfbedieningszaken. Hun koopgedrag
"vernederlandst". Ruim 60% van de allochtone winkels is gevestigd in de
vier grote steden. Overigens zijn niet in alle buurten met veel
allochtonen ook allochtone winkels gevestigd. Dit omdat daar simpelweg
geen geschikte, goedkope winkelruimte beschikbaar is. Dit blijkt uit de
publicatie "Buurtgebonden allochtone detailhandel in Nederland", die het
Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD) heeft uitgebracht.
Kwaliteits- en
mentaliteitsslag
De allochtone detailhandel heeft de afgelopen 25 jaar aan
belang gewonnen. Het rapport geeft antwoorden op vragen zoals: hoeveel
allochtone winkels zijn er, onder welke omstandigheden zijn ze
gevestigd, wat zijn de perspectieven en hoe kan het
ruimtelijk-economisch beleid daaraan bijdragen? Op dit moment heeft de
bestaande allochtone detailhandel zich slechts onder specifieke
omstandigheden op een handvol locaties een plaats kunnen veroveren.
Hierdoor functioneren deze winkels maar sporadisch goed. Om de
perspectieven te verbeteren moet een kwaliteits- en een mentaliteitsslag
worden gemaakt. De allochtone ondernemer zou de "etnisch gerichte
onderneming" moeten omvormen naar een meer algemeen geïntegreerde
onderneming. Voor allochtone ondernemers is er voldoende perspectief,
voor etnisch gerichte ondernemingen veel minder. Door zich te gaan
richten op een meer algemeen publiek, al dan niet met het accent op een
niet-Nederlands assortiment, kunnen de winkels zich ook buiten bepaalde
buurten, op wat duurdere locaties, vestigen. Voorbeelden hiervan zijn de
Chinese en Indische Toko, die zich ook in binnensteden handhaven.
Rapport
Het onderzoek is verricht door RE-Visie in opdracht van het HBD. De
publicatie "Buurtgebonden allochtone detailhandel in Nederland"
(bestelnummer D9801) kost
17 euro plus 2,75 euro verzend- en administratiekosten. Het rapport kan
worden besteld bij het HBD (tel. 070-3385 666, faxnummer 070-3385 711 of
bij EIM (tel. 079-3413 634, fax 079- 3415 024).
Inburgeren kan bij
TNT Post op de werkplek
TNT Post gaat inburgeringscursussen voor nieuwkomers verzorgen. Negentig
nieuwkomers krijgen vanaf april in zes steden een training die hen
inburgert en tegelijk klaarstoomt voor het postbodewerk.
Inburgeringscursussen werden tot nu
alleen door de overheid georganiseerd. Er is veel uitval bij de
bestaande cursussen, vaak omdat mensen stoppen als ze een baan vinden.
,,Met de krapte op de arbeidsmarkt kun je met dit soort regelingen
ervoor zorgen dat nieuwkomers de inburgeringscursus afmaken'', zegt
voorlichtster M. van der Meijden van het ministerie van binnenlandse
zaken. Terwijl bedrijven als Wehkamp en Auping nieuwkomers in werktijd
naar de inburgeringscursussen laten gaan, is TNT Post het eerste bedrijf
dat een convenant sluit met de overheid om de inburgering onder eigen
hoede te nemen.
Het postbedrijf gaat in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Tilburg, Zwolle
en Hilversum vijftien door de gemeente geselecteerde nieuwkomers een
beroepsopleiding tot postbode aanbieden. De cursus, die zo'n twee à drie
maanden gaat duren, wordt gecombineerd met een taalvaardigheidstraining.
Deze valt normaal onder de inburgeringscursus en wordt, net als anders,
verzorgd door de regionale opleidingscentra en betaald door de overheid.
In dit project wordt de taalvaardigheidscursus toegespitst op het
postbodewerk: ook logistieke termen, de arbowetgeving, leidinggeven en
verschillende contractensoorten komen in de lesstof aan de orde. De
nieuwkomers krijgen een mentor die hen bij de opleiding begeleidt. Bij
voltooiing van de opleiding wordt een vast contract aangeboden. De
TNT-inburgeringscursus wordt afgesloten met dezelfde toets als elders.
,,Het kan een voorbode zijn dat bedrijven, om aan werknemers te komen,
nieuwkomers gaan trainen'', zegt voorlichtster van FNV-Bondgenoten
Natalie Koopman. Ze juicht het toe als nieuwkomers beter de Nederlandse
taal leren wanneer ze, als extra dienst, op hun werk taalles krijgen.
,,Maar het is niet helemaal nieuw. Schoonmaakbedrijven geven
bijvoorbeeld al langer taallessen waarin veel aandacht is voor het
jargon in de branche.'' Ook TNT Post heeft als voorproef op dit project
eerder in Rotterdam en Amsterdam intensieve taallessen gegeven aan
werknemers.
TNT Post heeft de laatste tijd grote behoefte aan nieuwe aanwas van
postbodes. Maar dat is niet de enige reden, zegt voorlichtster D. de
Waenaar. "We zijn het grootste bedrijf van Nederland (56000 werknemers)
en spelen met dit plan in op de maatschappelijke ontwikkeling. We willen
in de toekomst een goede afspiegeling van de bevolking in dienst
hebben.''
Bron: Trouw 13
februari 2001 |
Iedere
hoofdpagina van Inburgering in traject
wordt gevolgd door achtergrond- pagina's en voorbeeld- pagina's. Deze
pagina's worden regelmatig aangevuld en uitgebreid aan de hand van de
ontwikkelingen in het beleid.
|